Op 18 november 2006 vond een handgemeen plaats tussen eiser en gedaagde waarbij beide partijen verwondingen opliepen. Eiser vordert vergoeding van materiële en immateriële schade en kosten voor PTSS-hulphonden.
De rechtbank beoordeelt eerst het beroep op verjaring. De verjaringstermijn van vijf jaar begint te lopen vanaf het incident of het moment van bekendheid met de gevolgen. Eiser was kort na het incident al bekend met de psychische en lichamelijke klachten en heeft pas in 2018 gedagvaard, ruim na het verstrijken van de verjaringstermijn.
De rechtbank constateert dat de verjaring niet is gestuit en wijst de vordering daarom af zonder inhoudelijke beoordeling van de schade of de causaliteit van het incident. Eiser wordt veroordeeld in de proceskosten van gedaagde, begroot op €4.979,-. Het vonnis is mondeling uitgesproken op 25 juni 2019.