Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
3.Vrijspraak
‘de (projekt)ontwikkeling, huur, verhuur, verwerving en het beheer van registergoederen, het voeren van interim-management alsmede het geven van adviezen ter zake van de ontwikkeling van registergoederen’.
de rechtbank begrijpt: ontwikkeling deelgebied III in de Lutkemeerpolder). In de brief van 14 november 2005 van verdachte aan [rechtspersoon 1] is als uitwerking van de afgesproken 1,5% van de verkoopprijs en de nabetalingen onder meer overeengekomen dat de laatste twee betalingen van € 50.000 en € 35.000 worden gedaan na het ondertekenen van de samenwerkingsovereenkomst tussen [rechtspersoon 2] en Stadsdeel Osdorp respectievelijk bij de start bouw project Lutkemeren. Daarmee zijn deze betalingen rechtstreeks afhankelijk gemaakt van ontwikkelingen in het project Lutkemeren van [rechtspersoon 3] - [rechtspersoon 2] (hierna [rechtspersoon 3] - [rechtspersoon 2] ). Vervolgens heeft [rechtspersoon 4] van deze voorwaardelijk toegezegde bedragen € 14.875 (op 6 februari 2007) en € 20.000 (op 21 juli 2008) betaald, hetgeen valt te verklaren uit tegenvallende ontwikkelingen in het project Lutkemeren. Dit is een indicatie dat de giften rechtstreeks verband houden met een prestatie die [naam] moest leveren. [naam] was ten tijde van de brief en de betalingen gedeputeerde van de provincie Noord-Holland en belast met onder meer de portefeuille Ruimtelijke Ordening. In die hoedanigheid kon hij invloed uitoefenen op (ambtelijke) beslissingen van derden ten aanzien van de Lutkemeerpolder. Verdachte had belang bij positieve ontwikkelingsbeslissingen van de grond in de Lutkemeerpolder en dus ook bij een hem gunstig gestelde [naam] om die ambtelijke beslissingen te nemen of te beïnvloeden. Dit brengt de officier van justitie tot de conclusie dat verdachte de belofte tot betaling van € 50.000 en € 35.000 heeft gedaan met het oogmerk [naam] te bewegen in zijn bediening in strijd met zijn plicht iets te doen en dat verdachte € 14.875 en € 20.000 heeft betaald ten gevolge of naar aanleiding van hetgeen door [naam] in strijd met zijn plicht is gedaan.
“bij verkoop van [rechtspersoon 2] aan [rechtspersoon 3] , 1,5% van de verkoopprijs en van de eventuele nabetalingen zal ontvangen en dat betaling zal plaatsvinden op het moment dat [rechtspersoon 3] [rechtspersoon 4] heeft betaald”. Een makelaarsfee in deze orde van grootte voor het aanbrengen van een overnamekandidaat is niet ongebruikelijk.
“Naar aanleiding van de bevestiging van eerder gemaakte afspraken inzake de verkoop van [rechtspersoon 2] zoals verwoord in onze brief van 30 november 2004 bevestigen wij hierbij schriftelijk de reeds eerder mondeling gemaakte vervolgafspraken. Als uitwerking van de afgesproken 1,5% van de verkoopprijs zijn de volgende betalingen overeengekomen bij tranche 60% aandelenverkoop [rechtspersoon 2] aan [rechtspersoon 3] :
“conform onze afspraak en herbevestigd dec jl declareren wij u wegens 3e termijn vervreemding aandelen [rechtspersoon 2] ”€ 14.875 betaald aan [rechtspersoon 1] .
het momentvan deelbetaling vast te stellen alsmede dat [naam] geen invloed op de ontwikkeling van het project kon uitoefenen, sluit daar ook bij aan.
“3e voorschot afrek [rechtspersoon 2] d.d. brief 30/11//2007”. Volgens verdachte is ook deze betaling terug te voeren op de brief van 14 november 2005 en betreft het wederom een (deel)betaling aan [naam] voor de door hem reeds in 2004 geleverde prestatie. Ter zitting heeft verdachte verklaard aan de betaling geen herinnering meer te hebben; hij vermoedt dat het tijdstip van de betaling te maken heeft gehad met het onderhandelingsakkoord van 10 juli 2008 en het feit dat [naam] met enige regelmaat vroeg hoe het stond met de betalingen ter zake de makelaarsfee.