Bij besluit van 20 maart 2019 heeft het college van gedeputeerde staten van Noord-Holland aan HeliCentre ontheffing verleend om buiten een luchthaven te landen en op te stijgen vanaf het Circuit Park Zandvoort. Stichting Duinbehoud en anderen maakten bezwaar tegen dit besluit en verzochten om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter heeft op 14 mei 2019 het verzoek behandeld en onmiddellijk uitspraak gedaan. De kern van het geschil betrof de vraag of de helikoptervluchten in strijd zouden zijn met artikel 3.1 van de Wet natuurbescherming, met name vanwege mogelijke verstoring van broedende vogels.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de vraag of sprake is van een overtreding van het verbod uit artikel 3.1 Wnb geen onderdeel uitmaakt van het beoordelingskader voor de verleende ontheffing. Verzoekers konden niet aannemelijk maken dat de verstoring van vogels van wezenlijke invloed zou zijn op de staat van instandhouding van vogelsoorten. Daarom prevaleerde het belang van HeliCentre bij het uitvoeren van de vluchten.
Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen, en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.