Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Tenlastelegging
2.Voorvragen
“rechterlijke autoriteiten”zijn als bedoeld in het Kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten (hierna: het Kaderbesluit). Het Hof heeft deze vragen in ontkennende zin beantwoord.
“uitvaardigende rechterlijke autoriteit”,overwoog het Hof van Justitie bovendien dat er geen aanleiding is om de werking daarvan in de tijd te beperken (HvJ EU 10 november 2016, C-477/16 PPU, ECLI:EU:C:2016:816, Kovalkovas, punt 50-54).
op zichzelfniet als zodanig nadeel (‘een rechtens te respecteren belang’) kan worden aangemerkt.
3.Bewijs
allepapieren één en dezelfde auteur moeten hebben, namelijk [medeverdachte 1] . De rechtbank is van oordeel dat dit scenario niet kan kloppen, gelet op de inhoud van de witte papieren in vergelijking met de inhoud van het gele papier.
“145 [bijnaam 1] ”, terwijl de witte papieren
“ [bijnaam 1] ”,zijnde [medeverdachte 1] , niet noemen. Daarnaast staat op het gele papier
“ [bijnaam 1] aan mij”hetgeen erop duidt dat er sprake is van twee personen, namelijk
“mij”en
“ [bijnaam 1] ”,oftewel [medeverdachte 1] . Dus
“mij”is niet [medeverdachte 1] . Verder valt op dat de verdeling van de 145 stuks op het gele papier grotendeels overeen komt met een op één van de witte papieren voorkomend staatje. Daarin is op het witte papier vermeld:
“4 [bijnaam 6] / [letter] ”.Gelet op de context lijkt deze regel ook voor te komen op het gele papier maar dan als
“4 [bijnaam 6] was k bij”. Het verschil in achtervoegsels past goed bij de veronderstelling dat [medeverdachte 1] (op het witte papier) heeft bedoeld dat [verdachte] daar bij was en dat verdachte (op het gele papier) bedoeld heeft dat hij (k) daar bij was. De rechtbank merkt op dat het dossier veel berichten van verdachte bevat waarin hij ‘k’ schrijft wanneer hij ‘ik’ lijkt te bedoelen.
“145 [bijnaam 1] ”). Dit gele papier heeft verdachte geschreven in bijzijn van [medeverdachte 2] en [medeverdachte 1] , in het bovenste appartement van [medeverdachte 1] , boven dat waar [medeverdachte 2] de cocaïne bewaarde. [medeverdachte 1] heeft het papier vervolgens naar beneden gebracht. Daar is het, samen met de twee witte, door [medeverdachte 1] bijgehouden administratiebriefjes, aangetroffen in de afgesloten slaapkamer waar ook 133 kg cocaïne lag opgestapeld. De papieren lagen bij elkaar onder een grote stapel geld in een nachtkastje, waarop een geldtelmachine stond met de naam ‘ [bijnaam 7] ’. Uit deze laatste omstandigheden leidt de rechtbank af dat het gele papier daar niet toevallig lag maar bewust bij de cocaïne en het geld werd bewaard. Niet gebleken is dat daar, of elders in het appartement, andere papieren zijn aangetroffen die blijkens hun inhoud in verband kunnen worden gebracht met – een verdeling van – een partij cocaïne.
“4 [bijnaam 6] was k bij”. Nergens blijkt dat deze regel slaat op het moment van uitdeling van 4 stuks en niet bijvoorbeeld op het moment van intekenen/investeren. Dit geldt eveneens voor de aantekening
“10 per [naam] aan [bijnaam 2] gegeven(en daaronder)
220000”.Deze aantekeningen zijn geplaatst op een plek onderaan het gele papier, voorzien van een nummer
“2”waarboven een streep is gezet en lijkt aldus geen onderdeel uit te maken van de verdeling van 145 stuks boven die streep waarbij ook een
“1”is gezet. In die aantekening, en de – uit het dossier blijkende en niet betwiste – toen gangbare handelsprijs voor een kilo cocaïne, ziet de rechtbank wel een aanwijzing dat de aantallen op het gele papier staan voor kiloverpakkingen, stuks, cocaïne en op de daarbij behorende waarde in geld.
4.Kwalificatie en strafbaarheid van de feiten
5.Strafbaarheid van verdachte
6.Motivering van de sanctie
7.Toepasselijke wettelijke voorschriften
8.Beslissing
vijf (5) jaren.