Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[naam 1] , [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] ,allen te De Rijp.
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft het besluit van het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar om twee delen van het trottoir van de Boeijerstraat aan het openbaar verkeer te onttrekken en deze stukken grond te verhuren aan omwonenden. Eiseres betwist dit besluit en voert aan dat het algemeen belang zich tegen de onttrekking verzet, dat het pad als speelplek voor kinderen dient, de bereikbaarheid van haar woning door hulpdiensten verslechtert, en dat het besluit niet voldoende is gemotiveerd.
De rechtbank overweegt dat het besluit tot onttrekking van een weg aan het openbaar verkeer tot de beleidsbevoegdheid van verweerder behoort en dat de rechter slechts kan ingrijpen indien de belangenafweging onmiskenbaar onevenredig is. De rechtbank volgt de jurisprudentie dat geen dringende reden of zwaarwegend particulier belang vereist is voor onttrekking.
De rechtbank constateert dat het pad na onttrekking nog steeds openbaar toegankelijk blijft, zij het smaller, en dat het belang van eiseres daardoor minder zwaar is dan bij volledige onttrekking. De functie van het pad als speelplek en de bereikbaarheid door hulpdiensten worden door verweerder voldoende onderbouwd en niet onrechtmatig geacht. Ook het stedenbouwkundig belang is door verweerder onderzocht en gemotiveerd. De rechtbank wijst het beroep af, maar draagt verweerder op het betaalde griffierecht aan eiseres te vergoeden vanwege het rommelige verloop van de procedure.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot onttrekking van delen van het openbaar pad wordt ongegrond verklaard.