Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 16 oktober 2019 in de zaken tussen
[X] , wonende te [Z] , eiseres,
de inspecteur van de Belastingdienst, verweerder.
Procesverloop
- 2011: box 1: € 37.223 en box 3: € 2.370;
- 2012: box 1: € 38.516 en box 3: € 1.998;
- 2013: box 1: € 50.898 en box 3: € 1.777;
- 2014: box 1: € 85.914 en box 3: € 1.169.
Overwegingen
.
“betreft: [eiseres]
Wij kunnen helaas thans uw aanvraag niet honoreren. Dit heeft te maken met de liquiditeitspositie van de stichting. De stichting heeft naast een beperkte beleggingsrekening een woning (waar [eiseres]) woont. Naast dat u aanvraag is besproken is ook het aankomende (groot) onderhoud van de woning besproken.
Om die reden zien wij op dit moment geen mogelijkheden om uw aanvraag te honoreren. Die mogelijkheid zien wij wel wanneer de woning is geliquideerd. Dit zal echter nog wel enige jaren duren en is afhankelijk van de medewerking van [eiseres].”
Beslissing
- verklaart de beroepen gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar;
- vermindert de aanslagen IB/PVV 2011 tot en met 2014 overeenkomstig de volgende belastbare inkomsten per jaar:
- vermindert de aanslagen ZVW 2011 tot en met 2014 en de beschikkingen heffingsrente (2011) respectievelijk belastingrente (2012 tot en met 2014) dienovereenkomstig;
- bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 2.298;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 46 aan eiseres te vergoeden.