Het college van burgemeester en wethouders van Hoorn verleende een omgevingsvergunning aan een derde partij voor de bouw van 19 appartementen, bestemd voor mensen met een beperking, op locaties aan het Nieuwland en de Achterstraat in Hoorn. Eisers stelden beroep in tegen het besluit, met name tegen het gebruik van gronden in strijd met het bestemmingsplan. De rechtbank stelde vast dat het project deels in strijd is met het bestemmingsplan, met name vanwege overschrijding van bouwhoogtes en functiewijzigingen aan de Achterstraat.
De rechtbank oordeelde dat de vergunningverlening binnen de discretionaire bevoegdheid van verweerder valt en dat de belangenafweging zorgvuldig en redelijk was. Eisers voerden aan dat een verklaring van geen bedenkingen van de gemeenteraad vereist was, maar de rechtbank volgde verweerder dat dit niet nodig was omdat de ruimtelijke structuur niet onaanvaardbaar werd aangepast.
Verder werd geoordeeld dat de appartementen als woningen kunnen worden aangemerkt en dat de belangen van omwonenden, zoals privacy, parkeerdruk en bezonning, voldoende zijn meegewogen. De cultuurhistorische waarden zijn volgens de rechtbank adequaat betrokken bij de besluitvorming. Ook de aansluiting bij regionale woonvisies en het ontbreken van noodzaak tot nader geluidsonderzoek werden bevestigd. De beroepen werden ongegrond verklaard.