ECLI:NL:RBNHO:2019:9206
Rechtbank Noord-Holland
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaard beroep tegen woningsluiting op grond van artikel 13b Opiumwet
De rechtbank Noord-Holland behandelde het beroep van eiseres tegen het besluit tot sluiting van haar woning op grond van artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet. De burgemeester had de woning gesloten omdat tijdens een doorzoeking meer dan 100 gram softdrugs werd aangetroffen, wat duidt op handel. Eiseres voerde aan dat de drugs voor eigen gebruik waren, dat zij niet wist van de drugs, en dat de sluiting onevenredige gevolgen had, vooral vanwege haar kinderen en haar kwetsbare situatie.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de hoeveelheid drugs en eerdere veroordelingen het aannemelijk maken dat de woning werd gebruikt voor handel. De stelling van eiseres dat zij niet wist van de drugs werd verworpen op basis van de bestuurlijke rapportage. Ook werd geoordeeld dat de belangen van de kinderen en de uithuisplaatsing niet rechtstreeks aan het besluit konden worden toegerekend. De sluiting werd als noodzakelijk en evenredig beoordeeld.
De rechtbank concludeerde dat de burgemeester in redelijkheid tot sluiting heeft kunnen besluiten en verklaarde het beroep ongegrond. Het verzoek om voorlopige voorziening werd eveneens afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de woningsluiting op grond van artikel 13b Opiumwet wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.