Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige kamer van 7 november 2019 in de zaken tussen
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
- er is geen BPV gevolgd;
- de feitelijk gevolgde opleiding behelst alleen een cursus Nederlands. Het
- de opleiding is niet gericht op het verwezenlijken van eindtermen (artikel 7.1.2. van de Wet educatie en beroepsonderwijs (hierna: WEB));
- de deelnemers hebben geen of nauwelijks contact met de onderwijsbegeleider van het ROC;
- de praktijkbeoordelingsformulieren zijn niet gezamenlijk ingevuld en besproken;
- de meeste deelnemers hebben een arbeidsovereenkomst van zes maanden terwijl ze worden ingeschreven voor een opleiding van twee jaar. De intentie om de opleiding geheel te volgen is niet aanwezig.
- er is sprake van een uitzendbureau;
- de deelnemers aan de opleiding betreffen in veel gevallen medewerkers met een Poolse oorsprong;
- niet is komen vast te staan dat de inlenende partijen, waar onderricht in de praktijk plaats zou moeten vinden, als leerbedrijf zijn gekwalificeerd. Deze partijen zijn niet betrokken bij BPV-overeenkomsten;
- er vindt geen praktijkonderwijs plaats bij deze bedrijven;
- de Nederlandse les is onderdeel van de opleiding;
- in de onderwijsovereenkomst is opgenomen dat als uitgangspunten voor de inhoud van de opleiding de voor die opleiding geldende landelijke eindtermen worden gehanteerd;
- gegeven de verhouding tussen het aantal praktijkbegeleiders en de deelnemers aan de opleiding is het onwaarschijnlijk dat de vereiste praktijkbegeleiding op de werkplaats kan plaatsvinden;
- de data van de start van de opleiding wijkt vaak af van de data waarop de overeenkomsten zijn ondertekend door partijen;
- er heeft geen examinering of diplomering plaatsgevonden.
- praktijkovereenkomsten;
- praktijkbeoordelingsformulieren;
- 0-meting formulieren;
- theorieopdrachten van de gevolgde les;
- zelfevaluatieformulier;
- nabeschouwingsformulier.
- een omschrijving van de inhoud van de opleiding;
- een kostenoverzicht van de opleiding.
- vier van de 64 POK’s ontbraken;
- twee van de overige zestig POK’s niet zijn getekend door de student, en
- bij veertien van de overige 58 POK’s geen datum vermeld staat bij de ondertekening van de student.
- het theoretische deel bestaat slechts uit vijf dagdelen;
- er worden geen diploma’s/certificaten behaald;
- er werd gedurende een periode van meer dan een jaar in het geheel geen theorieles gegeven;
- het niet bij de administratie aanwezig zijn van diverse overeenkomsten dan wel aanwezigheid van overeenkomsten die niet getekend zijn, terwijl die voor het claimen van afdrachtvermindering onderwijs benodigd zijn;
- het niet verrichten van voldoende beroepspraktijkvorming, welke essentieel is voor de geclaimde afdrachtvermindering BBL beroepsopleiding.
Beslissing
- ongegrond;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding van de aan de bezwaarfase toerekenbare immateriële schade van eiseres tot een bedrag van € 4.133;
- veroordeelt de Staat (de Minister voor rechtsbescherming) tot vergoeding van de aan de beroepsfase toerekenbare immateriële schade van eiseres tot een bedrag van € 367;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 512;
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 338 aan eiseres te vergoeden.