Belanghebbende heeft voor de jaren 2012 en 2013 de afdrachtvermindering onderwijs toegepast op werknemers die beroepspraktijkvorming volgden binnen een geregistreerde deelkwalificatie in het Centraal Register Beroepsonderwijs. De Inspecteur stelde bij een boekenonderzoek dat niet aan de voorwaarden was voldaan en legde naheffingsaanslagen op.
Het Hof oordeelde dat de Inspecteur bevoegd was om te beoordelen of de opleidingen voldeden aan de wettelijke eisen van de Wet educatie en beroepsonderwijs (WEB) en concludeerde dat dit niet het geval was, waardoor de afdrachtvermindering niet toekwam.
De Hoge Raad oordeelt dat de Inspecteur niet bevoegd is om inhoudelijk te toetsen of een opleiding voldoet aan de WEB, omdat de registratie in het Centraal Register Beroepsonderwijs voldoende bewijs is. Wel kan worden beoordeeld of de werknemer daadwerkelijk de beroepspraktijkvorming heeft gevolgd, waarbij een diploma of certificaat bewijskracht heeft tenzij het tegendeel wordt bewezen.
Het arrest vernietigt het hof en verwijst de zaak naar het Gerechtshof Amsterdam voor nader onderzoek met inachtneming van deze overwegingen. De Staatssecretaris wordt veroordeeld in de proceskosten.