ECLI:NL:RBNHO:2020:10664
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toepassing artikel 9 lid 5 Wet op belastingen van rechtsverkeer bij aandelenverkrijging in onroerendezaakrechtspersoon
Eiseres, een B.V., heeft aandelen in een onroerendezaakrechtspersoon (OZ-rechtspersoon) verworven en overdrachtsbelasting betaald over een maatstaf gebaseerd op de waarde van de onroerende zaken die door de OZ-rechtspersoon worden gehouden. Zij maakte bezwaar tegen de hoogte van de maatstaf, stellende dat het waardedrukkende effect van een verkoopregulerend beding (anti-speculatiebeding) in de waardebepaling had moeten worden betrokken conform artikel 9, vijfde lid, van de Wet op belastingen van rechtsverkeer.
De rechtbank stelde vast dat dit beding inderdaad een verkoopregulerend beding is en dat artikel 9, vijfde lid, ook overeenkomstig van toepassing is op aandelenverkrijgingen in OZ-rechtspersonen. De rechtbank verwierp echter het standpunt van eiseres dat de maatstaf van heffing op basis van artikel 9, vijfde lid, zou moeten worden verminderd vanwege de financieringsstructuur van de OZ-rechtspersoon met vreemd vermogen. Dit zou in strijd zijn met artikel 10 van Pro de Wet, dat bepaalt dat de maatstaf wordt bepaald door de waarde van de onroerende zaken zelf.
Daarnaast kende de rechtbank eiseres een immateriële schadevergoeding toe van € 1.000 wegens overschrijding van de redelijke termijn, waarvan € 200 voor rekening van de Belastingdienst en € 800 voor rekening van de Staat. Tevens werden proceskosten en griffierecht deels toegewezen aan eiseres. Het beroep werd uiteindelijk ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres wordt ongegrond verklaard en zij ontvangt een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.