ECLI:NL:RBNHO:2020:11581

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
24 november 2020
Publicatiedatum
25 januari 2021
Zaaknummer
8594478
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:461 lid 2 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verzoek tot ontslag en opvolging mentorschap van verstandelijk gehandicapte zoon afgewezen

De vader verzocht de rechtbank om zijn ex-echtgenote als mentor van hun verstandelijk gehandicapte zoon te ontslaan en hemzelf als opvolgend mentor te benoemen. Hij stelde dat een evenwichtigere verdeling van zorgtaken wenselijk was en dat de huidige situatie een goede verstandhouding belemmert. De ex-echtgenote, tevens huidige mentor, voerde aan dat zij haar taken naar behoren uitvoert en dat er geen reden is om het mentorschap te wijzigen.

De kantonrechter nam kennis van het verzoekschrift, de standpunten van de mentor en bewindvoerder, en de mondelinge behandeling. Uit de stukken blijkt dat de mentor capabel is en het belang van de zoon vooropstelt, ondersteund door verklaringen van persoonlijk begeleiders. Er is geen bewijs dat de mentor haar taken niet naar behoren vervult.

De rechtbank oordeelde dat er geen gewichtige redenen zijn voor ontslag van de mentor. Tevens werd opgemerkt dat de strijd over het mentorschap mogelijk een uiting is van een conflict over alimentatie, wat niet in het belang van de zoon is. De kantonrechter benadrukte het belang van het staken van de onderlinge strijd tussen ouders voor het welzijn van hun gehandicapte kinderen.

Daarom wees de rechtbank het verzoek af en handhaafde het bestaande mentorschap. De beschikking werd uitgesproken door kantonrechter M.T. Goossens.

Uitkomst: Het verzoek tot ontslag van de mentor en benoeming van de vader als opvolgend mentor is afgewezen wegens het ontbreken van gewichtige redenen.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Bewind
locatie Haarlem
Zaaknummer: 8597478 \ MB VERZ 20-304 sc
Uitspraakdatum:

Beschikking van de kantonrechter

op verzoek van:
[verzoeker] ,
geboren te [geboorteplaats 1] op [geboortedatum 1] ,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: verzoeker,
in het mentorschap van:
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats 2] op [geboortedatum 2] ,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: betrokkene of de zoon,
van wie de mentor is:
[naam mentor] ,
geboren te [geboorteplaats 3] op [geboortedatum 3] ,
van wie het adres bekend is bij deze rechtbank,
hierna ook te noemen: mentor.

procedure

De kantonrechter heeft kennisgenomen van:
  • het verzoekschrift met bijlagen, ter griffie ingekomen op 17 juni 2020;
  • het standpunt van de bewindvoerder, ter griffie ingekomen op 9 juli 2020;
  • het verweerschrift van de huidige mentor, ter griffie ingekomen op 17 juli 2020;
  • de brief van verzoeker, ter griffie ingekomen op 19 augustus 2020.
Een mondelinge behandeling van het verzoekschrift heeft plaatsgevonden op
14 oktober 2020.

beoordeling

Bij beschikking van de kantonrechter te Amsterdam van 28 juli 2014 is een mentorschap ingesteld met betrekking tot betrokkene.
Het verzoek strekt tot ontslag van de mentor en tot benoeming van verzoeker tot opvolgend mentor. Verzoeker stelt dat hij en de mentor twee zoons hebben met een verstandelijke beperking en dat zijn ex-echtgenote voor beide zoons mentor is. Naar zijn mening is dat in het kader van een eerlijke verdeling niet correct en belemmert dit een goede verstandhouding tussen verzoeker als vader en de zoons en is het mentorschap een grote belasting voor de mentor waardoor zij moeite heeft om haar leven op te pakken en te voorzien in haar eigen levensonderhoud. Om een evenwichtigere verdeling van zorgtaken te bewerkstelligen stelt verzoeker voor om hem te benoemen tot mentor van betrokkene, opdat hij in ieder geval met één van zijn zoons een langdurige en normale relatie kan blijven onderhouden. Verzoeker stelt dat de mentor hem wel op de hoogte brengt van niet-relevante zaken, zoals hoe het op de groep gaat en over uitjes en vieringen, maar hij juist op de hoogte wil worden gebracht van relevante zaken zoals gespreksverslagen en ontwikkelingsplannen. Verzoeker erkent dat de mentor capabel is om haar rol als mentor uit te voeren, mits zij haar rancune richting hem, als ex-man zou kunnen loslaten.
De mentor is het niet eens met het verzoek. Zij voert hiertoe aan dat zij zich afvraagt waarom de situatie die voor betrokkene naar tevredenheid is geregeld, nu herzien zou moeten worden. De mentor heeft brieven overgelegd van de persoonlijk begeleiders van betrokkene waaruit blijkt dat zij aan al haar plichten en verantwoordelijkheden als mentor heeft voldaan, waarbij het belang van betrokkene altijd voorop staat en dat zij aangeven geen aanleiding te zien om het mentorschap te wijzigen.
De mentor voert aan dat zij verzoeker informeert over alles rondom betrokkene en dat verzoeker betrokkene altijd mag bezoeken en/of ophalen. De mentor voert verder aan dat het onderhouden van een relatie van verzoeker met betrokkene los staat van het mentorschap. De mentor voert ten slotte aan dat zij hoopt dat de voortdurende strijd om het mentorschap stopt; twee jaar geleden heeft verzoeker al een strijd gevoerd om het mentorschap van zoon [voornaam 1] en nu begint alles opnieuw rondom zoon [voornaam 2] .
Op grond van artikel 1:461 lid 2 van Pro het Burgerlijk Wetboek kan door de kantonrechter ontslag worden verleend aan de mentor op grond van gewichtige redenen of omdat de mentor niet meer voldoet aan de eisen om mentor te kunnen worden. Gewichtige redenen tot ontslag kunnen er in bestaan dat de mentor zijn taken ten opzichte van betrokkene dan wel ten opzichte van de rechtbank niet of niet naar behoren verricht.
De kantonrechter is, gelet op de inhoud van de stukken en de afgelegde verklaringen, van oordeel dat verzoeker niet heeft gesteld en onderbouwd dat de huidige mentor haar werkzaamheden niet naar behoren uitoefent. Ook anderszins is niet gebleken dat de voorgestelde wijziging in het belang is van betrokkene of dat de mentor in de uitoefening van haar taken tekortschiet ten opzichte van betrokkene, zodat geen sprake is van gewichtige redenen voor ontslag.
De kantonrechter geeft verzoeker en de mentor ten overvloede mee dat het in het belang is van betrokkene en van hun andere zoon om hun onderlinge strijd te staken. Zij zijn en blijven beiden de ouders van twee gehandicapte kinderen en het valt in hen beiden te prijzen dat zij zo betrokken zijn bij hun kinderen. Maar de kinderen ervaren wel stress wanneer ouders ruzie maken. Zeker kinderen die zo kwetsbaar en beperkt zijn als [voornaam 2] en [voornaam 1] .
Het heeft er nu de schijn van de dat strijd over alimentatie via de band van het mentorschap gespeeld wordt. Dat is niet in het belang van betrokkene en zet de verhoudingen tussen de mentor en verzoeker onnodig op scherp.
De kantonrechter zal het verzoek afwijzen.

beslissing

De kantonrechter:
- wijst het verzoek af.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.T. Goossens, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter