Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
[eiser] , te [woonplaats] , eiser
[derde belanghebbende], te [woonplaats] .
Rechtbank Noord-Holland
Bij besluit van 26 maart 2019 heeft het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zandvoort een omgevingsvergunning verleend aan een derde-partij voor het bouwen van een woning op een perceel in Zandvoort, inclusief een vergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan vanwege een overschrijding van de toegestane goothoogte en voor het verharden van een deel van het erf. Eiser maakte bezwaar tegen dit besluit, dat bij besluit van 9 september 2019 ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde eiser beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het college voldoende gemotiveerd heeft dat de natuur- en landschapswaarden door de verharding van de voorzijde van het perceel niet onevenredig worden aangetast. Daarnaast is vastgesteld dat het peil voor de goothoogte correct is bepaald aan de noordzijde van de woning, wat leidt tot een overschrijding van 30 centimeter en niet 1,6 meter zoals eiser stelde. Ook de oppervlakte van het bouwwerk is juist vastgesteld zonder dakoverstekken mee te rekenen.
Verder is geen aanwijzing gevonden dat de woning in strijd met het bestemmingsplan zal worden gebruikt. De door eiser overgelegde bezonningsstudie is onvoldoende onderbouwd om te concluderen dat zijn belangen onevenredig worden aangetast. Gezien de geringe overschrijding van de goothoogte en de mogelijkheid tot een hogere nokhoogte, is het woongenot van eiser niet onevenredig geschaad.
De voorzieningenrechter ziet geen reden om de omgevingsvergunning te weigeren, verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.