Uitspraak
RECHTBANK Noord-Holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 maart 2020 in de zaak tussen
W&W International Holding B.V, eiseres 1,
W&I Vastgoed B.V., eiseres 2,
Procesverloop
Overwegingen
a. Het planschadeperceel heeft de vorm van een langgerekte driehoek, met twee lange en een korte zijde, waarvan een lange zijde parallel loopt aan de spoorbaan. De gronden met de bestemming verkeersdoeleinden 4 strekten zich ook in de lengte uit langs het spoor en voor (de toegang) tot het station. Het planschadeperceel was aan de uiterste zuidwestzijde van die gronden gelegen.
2.3.7. Parkeermogelijkheden (…) Voor een goed functioneren van het beoogde park & ride systeem bij de halteplaats heeft een reservering van 400 parkeerplaatsen plaatsgevonden. Deze dienen in de directe omgeving van het station te worden gerealiseerd. Gebruik ten behoeve van andere functies zal slechts beperkt mogelijk en moeten zijn.” en: “
3.4.2.Verkeersdoeleinden(…) Het gebied vóór de halteplaats (zie kaart) heeft de bestemming “verkeersdoeleinden 4” gekregen. Hier zullen diverse verkeers- en parkeervoorzieningen ten behoeve van het functioneren van het station een plaats krijgen. Er wordt gedacht aan: parkeervoorzieningen (waaronder gebouwde), rijwielstallingen, bushalteplaatsen, taxistandplaatsen, wachthuisjes voor passagiers en chauffeurs, kiosken, horeca (maximaal 50 m²). dienstgebouwen en voorts wegen, fietspaden, voetpaden en een busbaan. De mogelijkheid is opengehouden om boven het grote parkeerterrein ten zuiden van de halteplaats (150 parkeerplaatsen) een dek te plaatsen. Het plangebied zal worden aangesloten op het gemeentelijke en regionale buslijnennet.”
Beslissing
- verklaart het beroep van eiseres 2 ongegrond;
- verklaart het beroep van eiseres 1 tegen het besluit van 11 januari 2018 niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep van eiseres 1 tegen het bestreden besluit gegrond;
- vernietigt het bestreden besluit, behalve voor zover aan eiseres 1 daarbij een proceskostenvergoeding voor de bezwaarfase is toegekend;
- herroept het primaire besluit, veroordeelt verweerder tot betaling van een schadeloosstelling van € 34.239,53, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 4 maart 2017 tot aan de dag van volledige betaling, en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde gedeelte van het bestreden besluit;
- draagt verweerder op het door haar betaalde deel van het griffierecht van € 169,- aan eiseres 1 te vergoeden;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres 1 in beroep tot een bedrag van € 1.837,50.
.