ECLI:NL:RVS:2013:BZ7707
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- C.H.M. van Altena
- N.S.J. Koeman
- G. Snijders
- Rechtspraak.nl
Afwijzing tegemoetkoming planschade wegens onvoldoende motivering college
Appellant heeft een aanvraag ingediend voor een tegemoetkoming in planschade naar aanleiding van een planologische wijziging waarbij 54 woningen werden gerealiseerd. Het college wees deze aanvraag af, stellende dat appellant niet in een nadeliger positie was gekomen. De rechtbank bevestigde dit oordeel, waarbij zij de maximale mogelijkheden van de uit te werken bestemming bij de vergelijking betrok.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat het college onvoldoende had gemotiveerd waarom deze maximale mogelijkheden bij de planvergelijking betrokken mochten worden. De Afdeling bestuursrechtspraak stelt vast dat deze rechtsvraag eerder is beantwoord en dat het betoog slaagt. Het besluit van het college is daarom niet deugdelijk gemotiveerd en moet worden herzien.
De Afdeling benadrukt dat bij de planvergelijking rekening moet worden gehouden met de redelijke verwachting van de invulling van de uit te werken bestemming ten tijde van het besluit, waarbij deskundigenadvies noodzakelijk is. Tevens moet worden onderzocht of de schade voorzienbaar was ten tijde van de aankoop van de woning en of appellant het risico heeft aanvaard.
De Afdeling draagt het college op binnen dertien weken een nieuw besluit te nemen, waarbij het motiveringsgebrek wordt hersteld en een nader deskundigenadvies wordt ingewonnen. In de einduitspraak zal worden beslist over proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het college wordt opgedragen het besluit te herzien en een nieuw besluit te nemen met een deugdelijke motivering en deskundigenadvies.