ECLI:NL:RBNHO:2020:2328
Rechtbank Noord-Holland
- Proceskostenveroordeling
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit proceskostenvergoeding bij contingentenurgentie aanvraag
Eiseres diende op 30 januari 2019 een aanvraag in voor een contingentenurgentie, die aanvankelijk werd afgewezen omdat zij geen zelfstandige verblijfstatus had. Na bezwaar en een nieuwe aanvraag op 19 april 2019 werd de contingentenurgentie alsnog toegekend. De gemeente weigerde echter proceskosten te vergoeden die eiseres had gemaakt bij de bezwaarprocedure.
De rechtbank oordeelt dat het bestreden besluit, waarin de proceskostenvergoeding werd geweigerd, in strijd is met artikel 7:11 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank stelt vast dat eiseres ten tijde van het primaire besluit reeds over de juiste verblijfstatus beschikte, wat de gemeente had moeten onderzoeken en meenemen in haar besluitvorming.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens veroordeelt zij de gemeente tot vergoeding van het betaalde griffierecht en proceskosten van €1.575,-.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en de gemeente veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.