ECLI:NL:RBNHO:2020:2504
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit WIA-uitkering wegens onjuiste medische grondslag bij ernstige huidaandoening
Eiser, werkzaam als verkoper binnendienst, lijdt aan een ernstige huidaandoening en viel in 2008 uit wegens gezondheidsklachten. Na diverse besluiten en bezwaarprocedures werd zijn WIA-uitkering beëindigd omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. De rechtbank stelde in een eerdere uitspraak dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was en gaf verweerder de opdracht een nieuw besluit te nemen.
In het bestreden besluit van 4 juni 2018 handhaafde verweerder het standpunt dat eiser minder dan 35% arbeidsongeschikt was. De rechtbank benoemde een onafhankelijke dermatoloog die concludeerde dat de functionele beperkingen van eiser niet juist waren vastgesteld, met name vanwege concentratiestoornissen door intense jeuk en pijn, en een sociaal invaliderende aandoening.
De verzekeringsarts betwistte dit deels, maar de rechtbank volgde het deskundigenrapport vanwege de overtuigende en zorgvuldige motivering. De rechtbank oordeelde dat het besluit op een onjuiste medische grondslag berust en vernietigde het besluit. Verweerder wordt opgedragen een nieuw, zorgvuldig onderzoek te verrichten en binnen twee maanden een nieuw besluit te nemen. Verweerder is tevens veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit van 4 juni 2018 wordt vernietigd wegens onjuiste medische grondslag.