Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de meervoudige kamer van 2 april 2020 in de zaak tussen
de minister van Infrastructuur en Waterstaat, verweerder
[derde partij], te [plaats] ,
Rechtbank Noord-Holland
De zaak betreft een verzoek van het college van burgemeester en wethouders van Haarlemmermeer om een verklaring van geen bezwaar (vvgb) voor de uitbreiding van een bedrijfsgebouw met een opslagruimte van 1.875 m² binnen het beperkingengebied kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten (zone 3) bij Schiphol.
Verweerder, de minister van Infrastructuur en Waterstaat, heeft dit verzoek afgewezen op grond van artikel 8.9, derde lid, van de Wet luchtvaart. De kern van het geschil is de interpretatie van artikel 2.2.1b, tweede lid, van het Luchthavenindelingsbesluit Schiphol (LIB), dat nieuwe beperkt kwetsbare objecten met kantoor- of bedrijfsfunctie toestaat mits het aantal werknemers niet meer dan 22 per hectare bedraagt.
Verweerder berekende het aantal werknemers per hectare over het gehele bebouwde deel van het perceel, waaruit bleek dat het maximum al werd overschreden. Eiser stelde dat de berekening moest plaatsvinden over het nieuw te bouwen object zelf, waarbij het aantal werknemers binnen de norm blijft. De rechtbank oordeelde dat de letterlijke tekst van het artikel geldt en dat het aantal werknemers per hectare moet worden berekend over het nieuwe object. De opslagruimte is toegestaan omdat hieraan wordt voldaan.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit, herroept het primaire besluit en bepaalt dat de gevraagde vvgb wordt verleend. Tevens wordt verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het besluit tot weigering van de verklaring van geen bezwaar en bepaalt dat de verklaring wordt verleend.