ECLI:NL:RBNHO:2020:2696
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrondverklaring beroep tegen herziening definitieve berekening zorgtoeslag 2014
Eiseres maakte bezwaar tegen de herziene beschikking zorgtoeslag 2014, waarin het toetsingsinkomen was vastgesteld op €26.078, inclusief betalingen van het UWV en haar voormalige werkgever. Zij stelde dat deze bedragen ten onrechte waren meegenomen, omdat deze al in het toetsingsinkomen van 2013 waren verwerkt. Verweerder handhaafde de herziening op basis van authentieke inkomensgegevens uit de Basisregistratie inkomen (BRI) en de wettelijke verplichting om het door de inspecteur vastgestelde verzamelinkomen te volgen.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar ontvankelijk was en dat de Awir geen ruimte biedt om bij de vaststelling van het toetsingsinkomen voor de zorgtoeslag af te wijken van het door de inspecteur vastgestelde verzamelinkomen. Ondanks het begrijpelijk is dat eiseres de situatie als onredelijk ervaart, is verweerder gebonden aan de wettelijke bepalingen en vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Daarom werd het beroep ongegrond verklaard. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door rechter B. van Walderveen en griffier M. van Doesburg op 14 april 2020 in Haarlem.
Uitkomst: Het beroep tegen de herziening van de definitieve berekening zorgtoeslag 2014 wordt ongegrond verklaard.