ECLI:NL:RVS:2018:829
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering zorg- en huurtoeslag ondanks afkoop lijfrenteverzekering
De appellant ontving in 2015 voorschotten zorgtoeslag en huurtoeslag, waarvan de Belastingdienst/Toeslagen een deel heeft teruggevorderd wegens een te hoog verzamelinkomen. Appellant verzocht om een deel van zijn inkomen, namelijk de afkoop van een lijfrenteverzekering, buiten beschouwing te laten als bijzonder inkomen. Dit verzoek werd afgewezen omdat de afkoop niet valt onder de wettelijk toegestane uitzonderingen.
De rechtbank verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling overweegt dat de afkoop van de lijfrenteverzekering niet kan worden aangemerkt als afkoop van ouderdomspensioen in de zin van het Besluit huurtoeslag en dat de Belastingdienst geen discretionaire ruimte heeft om het verzamelinkomen aan te passen.
Hoewel appellant zich gedupeerd voelt door de financiële gevolgen van de afkoop, kan dit geen aanleiding zijn om de wettelijke regels te negeren. De Afdeling benadrukt dat appellant zich tot de inspecteur van de Belastingdienst moet wenden indien hij het niet eens is met de hoogte van het verzamelinkomen. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen en het hoger beroep is ongegrond.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van toeslagen blijft gehandhaafd.