Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 april 2020 in de zaak tussen
[eiseres] , te [woonplaats] , eiseres
.
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres viel op 18 februari 2016 uit voor haar werk als [functie 1] en vroeg een WIA-uitkering aan. Verweerder wees dit aanvankelijk af omdat eiseres minder dan 35% arbeidsongeschikt werd geacht. Na bezwaar stelde verweerder de arbeidsongeschiktheid vast op 56,3% en kende een WGA-uitkering toe.
Eiseres voerde in beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar allergische beperkingen en dat de geselecteerde functies niet passend waren vanwege onvoldoende werkervaring en blootstelling aan allergenen. De rechtbank oordeelde dat de medische beoordeling van de verzekeringsarts terecht was en dat er geen nieuwe medische gegevens waren die beperkingen op het gebied van allergieën rechtvaardigden.
Op arbeidskundig gebied concludeerde de rechtbank dat eiseres voldoende werkervaring had in een productieomgeving, ook met monotone werkzaamheden, en dat de functies passend waren binnen haar mogelijkheden. De bezwaren tegen de functie-eisen en de blootstelling aan huisstofmijt werden verworpen. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de vaststelling van haar arbeidsongeschiktheid en toekenning van de WGA-uitkering wordt ongegrond verklaard.