ECLI:NL:CRVB:2010:BK9248
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- C.P.J. Goorden
- M.C.M. van Laar
- Rechtspraak.nl
Vernietiging herzieningsbesluit WAO-uitkering wegens onvoldoende onderbouwing ervaringseis medewerker beddenservice
Appellante, voorheen redacteur pastorale programma's, ontving een WAO-uitkering die in 2007 werd herzien naar een lagere mate van arbeidsongeschiktheid. Het UWV stelde dat zij geschikt was voor bepaalde functies, waaronder medewerker beddenservice, waarvoor een eis van minimaal één jaar schoonmaakervaring geldt.
Appellante betwistte deze ervaringseis en stelde dat zij niet aan deze eis voldeed, waardoor deze functie niet als passend kon worden beschouwd. Het UWV stelde dat de ervaringseis in de praktijk geen harde eis is, maar slechts een wenselijke voorkennis ('prae'). De rechtbank oordeelde in eerste aanleg dat het beroep gegrond was, maar handhaafde de rechtsgevolgen.
In hoger beroep oordeelt de Raad dat het UWV onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de ervaringseis niet geldt zoals vermeld in het Claim Beoordelings- en Borgingssysteem (CBBS). De praktijkinvulling van de werkgever is niet maatgevend voor de theoretische functie-eisen. De latere aanpassing van het CBBS is niet relevant omdat deze na de datum in geding is doorgevoerd.
De Raad vernietigt het bestreden besluit voor zover de rechtsgevolgen in stand zijn gelaten, omdat de functie medewerker beddenservice niet aan de schatting ten grondslag kan worden gelegd. De overige functies zijn onvoldoende om de schatting te baseren. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot herziening van de WAO-uitkering wordt vernietigd vanwege onvoldoende onderbouwing van de ervaringseis voor medewerker beddenservice.