ECLI:NL:RBNHO:2020:2790
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstandsuitkering op grond van kostendelersnorm en ziektekostenpremie
Eiseres ontvangt sinds december 2010 bijstand en woont samen met twee volwassen kinderen. Verweerder startte een onderzoek waaruit bleek dat de kinderen de huur en vaste lasten betalen en eiseres nauwelijks bijdraagt aan haar levensonderhoud. Verweerder trok daarom de uitkering per 1 januari 2018 in omdat eiseres spaart in plaats van haar uitkering te gebruiken voor levensonderhoud, wat een schending van de inlichtingenplicht inhoudt.
Bij het bestreden besluit herroept verweerder het primaire besluit en past de bijstand aan op basis van de kostendelersnorm voor drie personen, met een verlaging gelijk aan de door een zoon betaalde ziektekostenpremie. Eiseres betwist dat deze betaling als een gift moet worden gezien en stelt dat de zorgtoeslag en betaling niet als gift kunnen worden aangemerkt.
De rechtbank oordeelt dat de verlaging terecht is gebaseerd op artikel 18, eerste lid, van de Participatiewet. Hoewel de betaling onterecht als gift werd bestempeld, is het standpunt van verweerder dat de ziektekostenpremie niet tot de gedeelde kosten behoort en een substantiële besparing oplevert, juist. Eiseres heeft onvoldoende onderbouwd dat de premies onderling worden verrekend.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door rechter P.H. Lauryssen op 9 maart 2020.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de verlaging van haar bijstandsuitkering wordt ongegrond verklaard.