ECLI:NL:CRVB:2019:544
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening en terugvordering bijstand wegens huurbetaling door derde
Appellante ontvangt sinds 2011 bijstand op grond van de Participatiewet. Na een anonieme melding startte de gemeente Amsterdam een onderzoek waaruit bleek dat een derde, X, gedurende een bepaalde periode de huur van appellante rechtstreeks betaalde. Tevens bleek dat appellante in een andere periode inkomsten uit arbeid had genoten zonder dit te melden.
Het college herzag de bijstand over de huurbetalingsperiode en trok de bijstand over de arbeidsperiode in, met terugvordering van in totaal €15.457,51. Na bezwaar werd het terugvorderingsbedrag verlaagd tot €6.562,62 omdat het college de bijstand had afgestemd op de persoonlijke situatie van appellante, met een verlaging van 20% wegens het ontbreken van woonkosten.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep betwistte appellante alleen nog de huurbetalingen door X. De Raad oordeelde dat appellante haar inlichtingenplicht had geschonden door de huurbetalingen niet te melden en dat het college terecht de bijstand had herzien en verlaagd. De door appellante aangevoerde dringende redenen voor terugvorderingsvrijstelling werden niet aannemelijk geacht.
De Raad bevestigt de uitspraak van de rechtbank en wijst het hoger beroep af. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van bijstand bevestigd wegens niet gemelde huurbetalingen door een derde.