Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
.
Rechtbank Noord-Holland
Betrokkene stelde beroep in tegen een crisismaatregel opgelegd door de burgemeester op 26 maart 2020 en verzocht om schadevergoeding wegens onrechtmatige vrijheidsbeneming. De zorgmachtiging die op 25 maart 2020 verliep, werd opgevolgd door de crisismaatregel van de burgemeester, maar betrokkene betwistte de rechtmatigheid daarvan.
De rechtbank oordeelde dat de crisismaatregel op goede gronden was getroffen, gelet op de medische verklaring van een psychiater die sprak van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel door een psychiatrische stoornis. De maatregel was bedoeld om het tijdsinterval tussen het verlopen van de zorgmachtiging en de nieuwe zorgmachtiging te overbruggen.
Echter stelde de rechtbank vast dat tussen 00:00 en 18:05 uur op 26 maart 2020 geen geldige titel voor vrijheidsbeneming bestond, omdat de procedure voor de crisismaatregel pas om 17:04 uur was gestart en er geen tijdelijke verplichte zorg was verleend. Hierdoor was betrokkene onrechtmatig vrijheidsberovend vastgehouden gedurende die uren.
Op grond van artikel 10:12 lid 2 Wvggz Pro werd betrokkene een schadevergoeding van € 75,- toegekend voor die periode. Het beroep tegen de crisismaatregel werd ongegrond verklaard en het verzoek om verdere schadevergoeding werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de crisismaatregel werd ongegrond verklaard, maar de zorgaanbieder werd veroordeeld tot betaling van € 75,- schadevergoeding wegens onrechtmatige vrijheidsbeneming.