ECLI:NL:RBNHO:2020:3931
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling ontvankelijkheid bezwaar en inhoudelijke toetsing naheffingsaanslag BPM na inbeslagname en verkoop bedrijfsauto
Eiseres was houder van een bestelauto die in 2014 door de politie in beslag werd genomen en waarvan het houderschap in 2015 eindigde. Na verkoop van de auto door de Dienst Domeinen legde de Belastingdienst een naheffingsaanslag BPM en een verzuimboete op. Eiseres stelde dat de aanslag onterecht was vanwege onrechtmatige inbeslagname en verkoop, en betwistte de ontvangst van de aanslag en boete.
De rechtbank oordeelde dat de bezwaartermijn van zes weken was overschreden en dat de bezwaren terecht niet-ontvankelijk zijn verklaard. De stelling van eiseres dat zij de aanslag niet had ontvangen, werd niet aannemelijk geacht. Daarnaast concludeerde de rechtbank dat de aanslag terecht is opgelegd omdat het recht op vrijstelling BPM verviel na de verkoop van de auto aan een niet-ondernemer binnen vijf jaar.
De rechtbank benadrukte dat eventuele onrechtmatigheden bij inbeslagname of verkoop niet aan de Belastingdienst kunnen worden toegerekend en dat eiseres zich tot de veroorzakers van die onrechtmatigheden moet wenden voor schadevergoeding. Het beroep werd ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Bezwaar tegen naheffingsaanslag BPM wordt niet-ontvankelijk verklaard en aanslag en boete worden bevestigd.