Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen, van de man, ingekomen op 19 november 2019;
- de brief met bijlagen van de vrouw van 27 april 2020;
- het F9-formulier met bijlage van de man van 28 april 2020.
2.Feiten en omstandigheden
3.Verzoek
- voor recht te verklaren dat de man aan de vrouw onverschuldigd heeft betaald een bedrag van € 96.000,- bij wijze van op grond van de echtscheiding aanvankelijk verschuldigde partneralimentatie en een bedrag van € 429.621,55 (berekend tot 1 augustus 2019 en te vermeerderen met de daarna vrijgevallen termijnen) bij wijze van op grond van de echtscheiding aanvankelijk verschuldigde pensioenverevening, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag en subsidiair te bepalen dat de vrouw met deze bedragen ongerechtvaardigd is verrijkt;
- voor recht te verklaren dat op grond van de wet of anderszins geen recht bestaat op pensioenverevening voor de vrouw ten aanzien van door de man bij Stichting pensioenfonds voor het vliegend personeel der [vliegtuigmaatschappij] bij [BV] . opgebouwde pensioenaanspraken (ouderdomspensioen en overbruggingspensioen) en dat de vrouw tevens geen recht heeft op aldaar door de man opgebouwd bijzonder nabestaandenpensioen/bijzonder partnerpensioen;
- voor recht te verklaren dat de echtscheidingsovereenkomst van 20 maart 2002 nietig is, subsidiair gerechtelijk wordt vernietigd;
- de vrouw te veroordelen tot betaling aan de man van hetgeen zij heeft ontvangen onder de titel van partneralimentatie ter hoogte van € 96.000,- en onder de titel van pensioenverevening ter hoogte van € 429.621,55 (berekend tot 1 augustus 2019 en te vermeerderen met de daarna vrijgevallen termijnen), althans een door de rechtbank te bepalen bedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de nietigverklaring van het huwelijk tot de dag der algehele voldoening;
- de vrouw te veroordelen tot betaling aan de man van hetgeen zij onder de titel van afkoopsom op grond van het convenant heeft ontvangen ter hoogte van € 45.378,02, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag en te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf de dag van de nietigverklaring van het huwelijk tot de dag der algehele voldoening.