ECLI:NL:RBNHO:2020:4414
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling gelijkheidsbeginsel bij kwalificatie van inkomsten als winst uit onderneming voor acteur
Eiser, een acteur, betwistte de kwalificatie van bepaalde inkomsten als loon uit dienstbetrekking in plaats van winst uit onderneming voor de jaren 2013 en 2014. Hij voerde aan dat op grond van het gelijkheidsbeginsel vergelijkbare gevallen als winst uit onderneming waren aangemerkt. De Belastingdienst handhaafde de aanslagen.
De rechtbank onderzocht de feiten en de onderbouwing van het beroep op het gelijkheidsbeginsel. Eiser had stukken overgelegd van andere belastingplichtigen die volgens hem in vergelijkbare omstandigheden verkeerden en waarbij de inkomsten als winst uit onderneming waren gekwalificeerd. De rechtbank volgde het oordeel van het gerechtshof Amsterdam dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat deze gevallen daadwerkelijk vergelijkbaar waren en dat een meerderheid van de gevallen onjuist was behandeld.
Daarnaast oordeelde de rechtbank dat het bezwaar tegen de aanslag Zvw 2014 niet-ontvankelijk had moeten worden verklaard omdat het bijdrage-inkomen nihil was vastgesteld. Daarom werd dit beroep gegrond verklaard. De rechtbank veroordeelde de Belastingdienst in de proceskosten van eiser.
De rechtbank verklaarde de beroepen tegen de aanslagen inkomstenbelasting ongegrond en het beroep tegen de aanslag Zvw gegrond. De uitspraak werd gedaan door rechter B. van Walderveen op 30 juni 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Beroepen tegen aanslagen inkomstenbelasting ongegrond, beroep tegen aanslag Zvw gegrond verklaard wegens onontvankelijkheid bezwaar.