ECLI:NL:RBNHO:2020:4472

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
17 juni 2020
Publicatiedatum
18 juni 2020
Zaaknummer
7075949 \ CV EXPL 18-5887
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Bodemzaak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5 lid 3 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 7 Verordening (EG) nr. 261/2004Art. 224 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
3 uitgaand · 1 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Compensatie bij vluchtvertraging wegens weersomstandigheden en de-icing afgewezen als buitengewone omstandigheden

Airhelp vordert compensatie namens een passagier wegens een vluchtvertraging van meer dan vijf uur op een Easyjet-vlucht van Amsterdam naar Londen op 10 februari 2017. Easyjet voert aan dat de vertraging het gevolg is van weersomstandigheden en de-icing vertragingen op Luton Airport, die buiten haar invloedsfeer liggen en als buitengewone omstandigheden moeten worden beschouwd.

De rechtbank stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is en dat Easyjet in beginsel compensatie verschuldigd is bij een vertraging van meer dan drie uur. Het beroep op buitengewone omstandigheden wordt echter verworpen omdat de weersomstandigheden onvoldoende ernstig waren om de vluchtuitvoering te verhinderen en de de-icing vertragingen inherent zijn aan de normale bedrijfsuitoefening van een luchtvaartmaatschappij.

Omdat het beroep op buitengewone omstandigheden faalt, wordt Easyjet veroordeeld tot betaling van €250,- compensatie plus wettelijke rente en proceskosten. Het meer of anders gevorderde wordt afgewezen. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Easyjet wordt veroordeeld tot betaling van €250,- compensatie plus wettelijke rente en proceskosten wegens vluchtvertraging.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 7075949 \ CV EXPL 18-5887
Uitspraakdatum: 17 juni 2020
Vonnis in de zaak van:
de rechtspersoon naar het recht van Hong Kong
Airhelp Limited
gevestigd te Hong Kong
eiser
hierna te noemen Airhelp
gemachtigde mr. H. Yildiz
tegen
de rechtspersoon naar buitenlands recht
Easyjet Airline Company Limited
gevestigd te Luton, Verenigd Koninkrijk, mede kantoorhoudende te Schiphol, gemeente Haarlemmermeer
gedaagde
hierna te noemen Easyjet
gemachtigde mr. J.W.A. Lameijer

1.Het procesverloop

1.1.
Airhelp heeft bij dagvaarding van 5 juli 2018 een vordering tegen Easyjet ingesteld. Easyjet heeft een incidentele conclusie genomen, strekkende tot zekerheidstelling voor proceskosten op grond van artikel 224 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering. Airhelp heeft hierop schriftelijk gereageerd.
1.2.
Bij vonnis in het incident van 3 juli 2019 heeft de kantonrechter Airhelp bevolen zekerheid te stellen ten behoeve van Easyjet. Bij brief van 26 juli 2019 heeft Easyjet medegedeeld dat Airhelp aan dit bevel heeft voldaan.
1.3.
Vervolgens heeft Easyjet schriftelijk geantwoord in de hoofzaak. Airhelp heeft hierop schriftelijk gereageerd, en daarbij de vordering verminderd, waarna Easyjet een schriftelijke reactie heeft gegeven.

2.De feiten

2.1.
[XX] (hierna: de passagier) heeft met Easyjet een vervoersovereenkomst gesloten op grond waarvan Easyjet de passagier diende te vervoeren van Amsterdam Schiphol (AMS) naar London Luton Airport (LTN) op 10 februari 2017 met vlucht EZY2162 (hierna ook: de vlucht).
2.2.
De geplande vertrektijd van de vlucht was 20:05 uur UTC, en de geplande aankomsttijd 21:10 uur UTC. De daadwerkelijke aankomsttijd was 02:37 uur UTC (11 februari 2017). De vlucht is dus met een vertraging van 5 uur en 27 minuten uitgevoerd.
2.3.
De passagier heeft compensatie van Easyjet gevorderd in verband met voornoemde vertraging. Hij heeft zijn vordering op Easyjet overgedragen aan Airhelp.
2.4.
Easyjet heeft geweigerd tot betaling over te gaan.

3.De vordering

3.1.
Airhelp vordert (na vermindering van eis) dat Easyjet bij uitvoerbaar bij voorraad te verklaren vonnis veroordeeld zal worden tot betaling van € 250,00, vermeerderd met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 10 februari 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, en de proceskosten.
3.2.
Airhelp heeft aan de vordering ten grondslag gelegd de Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van de verordening (EEG) nr. 295/91 (hierna: de Verordening) en de daarop betrekking hebbende rechtspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: het Hof). Airhelp stelt dat Easyjet vanwege de vertraging van de vlucht gehouden is de passagier te compenseren conform artikel 7 van Pro de Verordening tot een bedrag van € 250,00.

4.Het verweer

4.1.
Easyjet betwist de vordering en doet een beroep op (doorwerking van) buitengewone omstandigheden. Zij voert aan dat de vertraging van de vlucht het gevolg is van oplopende vertragingen van voorafgaande vluchten EZY2295 (1 uur en 2 minuten), EZY2296 (1 uur en 56 minuten) en EZY2161 (4 uur en 58 minuten), vanwege weersomstandigheden op LTN en vertragingen bij de-icing die aldaar moest plaatsvinden. Door de vertraging van vlucht EZY2296 liep de bemanning ‘uit de uren’, hetgeen betekent dat zij de oorspronkelijke vluchtplanning niet meer konden uitvoeren. Easyjet heeft een nieuwe bemanning ingezet, maar vlucht EZY2161 kon niet direct worden uitgevoerd doordat de problemen met de capaciteit van de de-icing dienstverlening na 17:00 uur verhevigden. Inzet van een beschikbaar reservetoestel had geen zin, aangezien dit met dezelfde omstandigheden geconfronteerd zou zijn. Het weer en de-icing installaties liggen buiten de invloedsfeer van Easyjet en zijn niet inherent aan de normale uitoefening van de activiteit van een luchtvaartmaatschappij. Easyjet heeft alle redelijke maatregelen getroffen die van haar te vergen zijn om de vlucht zonder vertraging uit te voeren.

5.De beoordeling

5.1.
De kantonrechter stelt ambtshalve vast dat de Nederlandse rechter in deze zaak bevoegd is om van de vordering kennis te nemen.
5.2.
Vast staat dat de passagier met meer dan drie uur vertraging is aangekomen op zijn eindbestemming. Gelet hierop is Easyjet op grond van de Verordening in beginsel compensatie verschuldigd. Dit is anders indien Easyjet kan aantonen dat de vertraging het gevolg is van (doorwerking van) buitengewone omstandigheden, die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen niet voorkomen konden worden (artikel 5 lid 3 van Pro de Verordening). Bij de beoordeling hiervan geldt als uitgangspunt dat de Verordening een hoge mate van bescherming van de consument beoogt en restrictief moet worden uitgelegd.
5.3.
Ten aanzien van het beroep van Easyjet op de aanwezigheid van buitengewone omstandigheden geldt (in algemene zin) het volgende. In de punten 14 en 15 van de considerans van de Verordening staat dat dergelijke omstandigheden zich onder meer kunnen voordoen in geval van weersomstandigheden die de uitvoering van de vlucht in kwestie verhinderen, en wanneer een besluit van het luchtverkeersbeheer voor een specifiek vliegtuig op een specifieke dag een langdurige vertraging, een vertraging van een nacht of de annulering van één of meer vluchten van dat vliegtuig veroorzaakt, ook al heeft de betrokken luchtvaartmaatschappij alle redelijke inspanningen geleverd om de vertragingen of annuleringen te voorkomen. Buitengewone omstandigheden die zich op een voorafgaande vlucht hebben voorgedaan, kunnen in beginsel doorwerken op de vlucht in kwestie.
5.4.
Easyjet heeft in dit verband aangevoerd dat de vertraging is ontstaan ten gevolge van weersomstandigheden en de-icing vertragingen op de luchthaven in Londen. Ter onderbouwing van haar verweer heeft Easyjet onder meer overgelegd informatie (uit een onbekende bron) over de weersomstandigheden op Luton Airport (LTN) op 10 februari 2017 (productie A2). Voor zover Easyjet hiermee bedoelt te stellen en aan te tonen dat sprake was van buitengewone omstandigheden bestaande uit slechte weersomstandigheden, dan slaagt dit verweer niet. Dit stuk bevestigt weliswaar de stelling van Easyjet dat de temperatuur de gehele dag rond het vriespunt lag en sprake was van een hoge luchtvochtigheid, maar dit is onvoldoende om een buitengewone omstandigheid aan te nemen. Vast staat immers dat er op 10 februari 2017 vluchten hebben plaatsgevonden van en naar LTN, en dat ook vlucht EZY2162 (zij het vertraagd) is uitgevoerd.
5.5.
Easyjet beroept zich erop dat ten gevolge van genoemde weersomstandigheden op LTN sprake was van aanhoudende en oplopende de-icing vertragingen, hetgeen volgens Easyjet tot de onderhavige vertraging heeft geleid. Naar het oordeel van de kantonrechter is zowel het wachten op de ijsbehandel-machines als de ijsbehandeling zelf echter een omstandigheid die inherent is aan de normale uitoefening van het bedrijf van de luchtvaartmaatschappij, en kan niet als buitengewoon worden beschouwd. De gemotiveerde betwisting door Airhelp van het causaal verband tussen de (de-icing) vertragingen van vluchten EZY2295 en EZY2296 en de vlucht in kwestie, kan daarmee buiten verdere bespreking blijven.
5.6.
Nu het beroep van Easyjet op buitengewone omstandigheden wordt afgewezen komt de kantonrechter niet toe aan de beantwoording van de vraag of Easyjet voldoende redelijke maatregelen heeft genomen om de vertraging te voorkomen.
5.7.
De door Airhelp gevorderde hoofdsom van € 250,00, waartegen Easyjet op zichzelf geen verweer heeft gevoerd, zal gelet op de duur van de vertraging worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente daarover is als onvoldoende gemotiveerd weersproken toewijsbaar.
5.8.
De proceskosten komen voor rekening van Easyjet, omdat zij ongelijk krijgt.

6.De beslissing

De kantonrechter:
6.1.
veroordeelt Easyjet tot betaling aan Airhelp van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 10 februari 2017 tot aan de dag van de gehele betaling;
6.2.
veroordeelt Easyjet tot betaling van de proceskosten die aan de kant van Airhelp tot en met vandaag worden begroot op de bedragen zoals deze hieronder zijn gespecificeerd:
dagvaarding € 103,81;
griffierecht € 119,00
salaris gemachtigde € 144,00;
6.3.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
6.4.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. S.N. Schipper, kantonrechter en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van bovengenoemde datum in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter