ECLI:NL:RBNHO:2020:4528
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag leerlingenvervoer wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden
Eiseres vroeg vergoeding voor het dagelijks vervoer van haar zoon naar een zorgschool, waarbij zij zelf het vervoer wilde verzorgen. Verweerder wees de aanvraag af omdat de afstand tussen woning en school slechts 2,7 kilometer bedroeg, terwijl de verordening een minimale afstand van 6 kilometer vereist voor vergoeding.
Eiseres voerde aan dat zij vanwege gezondheidsproblemen en financiële beperkingen niet in staat is haar zoon te begeleiden, en dat haar zoon vanwege zijn zorgbehoefte niet zelfstandig kan reizen. Verweerder stelde dat onvoldoende medische onderbouwing was geleverd en dat de verantwoordelijkheid voor begeleiding primair bij de ouders ligt.
De rechtbank oordeelde dat eiseres niet had aangetoond dat haar zoon door een handicap niet zelfstandig kan reizen en dat de afstandsvoorwaarde niet was vervuld. Ook was er geen aanleiding om de hardheidsclausule toe te passen, mede omdat de situatie niet wezenlijk verschilde van andere gezinnen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het bestreden besluit bleef in stand.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt de afwijzing van de aanvraag leerlingenvervoer wegens onvoldoende bijzondere omstandigheden.