ECLI:NL:RBNHO:2020:4674
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke handhaving permanente bewoning recreatieverblijf in strijd met bestemmingsplan
Eiseres is eigenaar van een recreatieverblijf dat volgens de gemeente permanent wordt bewoond, wat in strijd is met het bestemmingsplan “Landelijk Gebied”. De gemeente legde een last onder dwangsom op en verklaarde het bezwaar van eiseres ongegrond. Eiseres voerde aan dat het recreatieverblijf niet als hoofdverblijf wordt gebruikt, maar slechts als plek om tot rust te komen, en dat zij feitelijk woont bij haar dochter.
De gemeente baseerde haar vermoeden op achttien controles waarbij telkens een bewoonde indruk werd vastgesteld, de structurele aanwezigheid van de auto van eiseres bij het recreatieverblijf en verklaringen van de dochter dat eiseres niet over zelfstandige woonruimte op haar inschrijfadres beschikt. De rechtbank volgt de gemeente in haar standpunt dat het recreatieverblijf als hoofdverblijf wordt gebruikt en dat eiseres het vermoeden onvoldoende heeft kunnen weerleggen.
Eiseres stelde dat er bijzondere omstandigheden zijn vanwege medische en sociale problematiek, maar de rechtbank oordeelde dat dit geen reden is om van handhaving af te zien. Na afloop van de gestelde termijn bleek dat eiseres de last niet had opgevolgd, waardoor een dwangsom van € 10.000,- is verbeurd. Ook het beroep tegen de invordering van deze dwangsom werd ongegrond verklaard.
De rechtbank concludeert dat het bestuursorgaan bevoegd was om handhavend op te treden en dat het beroep ongegrond is. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de last onder dwangsom en invorderingsbeschikking wegens permanente bewoning van het recreatieverblijf wordt ongegrond verklaard.