ECLI:NL:RVS:2016:1248
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit permanente bewoning recreatiewoning Groesbeek
Het college van burgemeester en wethouders van Groesbeek legde aan appellant een last op om de permanente bewoning van zijn recreatiewoning te staken, onder dreiging van een dwangsom. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling oordeelde dat het college onvoldoende feiten had gesteld om het vermoeden van permanente bewoning te rechtvaardigen. Hoewel appellant en zijn echtgenote op een ander adres stonden ingeschreven zonder zelfstandige woonruimte en de recreatiewoning in 2012 voor hypotheekrenteaftrek was aangemerkt, was appellant grotendeels in het buitenland verblijvend. De controlerapporten waren onvoldoende om permanente bewoning aan te tonen.
De Afdeling vernietigde het besluit van het college en het vonnis van de rechtbank, verklaarde het hoger beroep gegrond en bepaalde dat de uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit. Tevens werd het college veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant.
Uitkomst: Het handhavingsbesluit tegen permanente bewoning van de recreatiewoning wordt vernietigd en het college veroordeeld tot proceskostenvergoeding.