ECLI:NL:RBNHO:2020:4754
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing VOG wegens onvoldoende gemotiveerd risico op herhaling drugsdelicten
Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een verklaring omtrent het gedrag (VOG) voor een functie waarbij hij goederen met een heftruck moet verplaatsen. De Minister voor Rechtsbescherming heeft deze aanvraag afgewezen op grond van geregistreerde strafbare feiten, waaronder drugsdelicten binnen de terugkijktermijn van twee jaar en andere feiten buiten deze termijn.
De rechtbank oordeelt dat de Minister onvoldoende heeft gemotiveerd dat herhaling van deze feiten, met name het aanwezig hebben van drugs, een risico oplevert voor het welzijn en de veiligheid van de samenleving in de context van de beoogde functie. De rechtbank stelt vast dat eiser niet veroordeeld is voor distributie van drugs, en dat het enkel aanwezig hebben van drugs onvoldoende is om het distributienetwerk van de werkgever te misbruiken.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het bestreden besluit en draagt de Minister op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens wordt het betaalde griffierecht aan eiser vergoed. De overige beroepsgronden behoeven geen bespreking.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot afwijzing van de VOG wordt vernietigd.