ECLI:NL:RBNHO:2020:505

Rechtbank Noord-Holland

Datum uitspraak
22 januari 2020
Publicatiedatum
27 januari 2020
Zaaknummer
7573474 CV FORM 19-2569
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Richtlijn 93/13/EGArtikel 15.2 algemene voorwaarden Ryanair
Verwijzingen
1 uitgaand · 4 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging oneerlijk beding in Ryanair algemene voorwaarden inzake vertegenwoordiging bij claim

De passagier vorderde compensatie van Ryanair op grond van EU-regelgeving. In een eerdere tussenbeschikking stelde de kantonrechter het vermoeden vast dat artikel 15.2 van Ryanair's algemene voorwaarden een oneerlijk beding bevat. Ryanair voerde aan dat dit beding geen oneerlijk beding is en verwees naar een Engelse uitspraak, die echter niet relevant werd geacht voor het Nederlandse recht.

De rechtbank oordeelde dat het beding consumenten onterecht beperkt in hun recht om zich te laten vertegenwoordigen door een gemachtigde bij het indienen van claims. De stelling van Ryanair dat het onlineformulier 'moeiteloos' is, werd verworpen vanwege de diversiteit aan consumenten en hun mogelijkheden. Het beding had als doel claimbureaus uit te schakelen, maar dit mocht niet ten koste gaan van consumentenrechten.

De rechtbank vernietigde artikel 15.2 van de algemene voorwaarden en veroordeelde Ryanair tot betaling van €250,- plus wettelijke rente en proceskosten. Het recht van consumenten om zich te laten bijstaan door een gemachtigde werd hiermee bevestigd en beschermd.

Uitkomst: Artikel 15.2 van Ryanair's algemene voorwaarden is vernietigd als oneerlijk beding en Ryanair is veroordeeld tot betaling van compensatie en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK NOORD-HOLLAND

Handel, Kanton en Insolventie
locatie Haarlem
Zaaknr./rolnr.: 7573474 \ CV FORM 19-2569
Uitspraakdatum: 22 januari 2020
Beschikking in de zaak van:
[de passagier] ,
wonende te [woonplaats]
verzoekende partij
verder te noemen: de passagier
gemachtigde: mr. D.E. Lof
tegen
de vennootschap naar Iers recht
Ryanair DAC,
gevestigd te Dublin
verwerende partij
verder te noemen: Ryanair
gemachtigde: mr. A.C.J. Houwers (Dirkzwager)

1.Het procesverloop

1.1.
Op 4 september 2019 heeft de kantonrechter in deze zaak een tussenbeschikking gewezen waarin reeds is geoordeeld over de gevorderde compensatie en wettelijke rente. In de tussenbeschikking zijn partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over het vermoeden van de kantonrechter dat artikel 15.2 van de algemene voorwaarden een oneerlijke beding betreft als bedoeld in richtlijn 93/13/EG betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten.
1.2.
Ryanair heeft gereageerd bij akte binnengekomen ter griffie op 1 oktober 2019. De passagier heeft niet gereageerd.

2.De verdere beoordeling

2.1.
Ryanair heeft ter onderbouwing van haar stelling dat geen sprake is van een oneerlijk beding als hier bedoeld gewezen op een uitspraak van het Engelse Hof van Appel (2019, EWCA Civ. 13/zaaknr. A3/2018/0871) en heeft daarvan een Nederlandse vertaling overgelegd. Vooropgesteld moet worden dat in deze uitspraak de Engelse rechter vooral ingaat op de vraag of er een “zekerheidsrecht” wordt verkregen, waarbij kennelijk naar Engels recht sprake is van een situatie dat Ryanair verplicht kan worden de compensatie rechtstreeks aan de gemachtigde van de passagier uit te betalen in plaats van rechtstreeks aan de passagier. Een dergelijke situatie is niet voorzien in de onderhavige EU-Verordening noch is het te herleiden tot een bepaling in het Nederlands recht. Die beoordeling van de Engelse rechter kan dan ook als zijnde niet relevant voor de vraag of er sprake is van een oneerlijk beding buiten beschouwing blijven.
2.2.
De Engelse rechter oordeelt nog wel dat clausule 15 geenszins een belemmering vormt voor de wijze waarop een claim kan worden ingediend. Daarbij wordt overwogen dat het te gebruiken onlineproces van Ryanair de passagier “moeiteloos” in staat stelt een compensatie te claimen, omdat het formulier eenvoudig in te vullen is. Op welke wijze dit door de Engelse rechter is vastgesteld of getoetst, blijft onduidelijk. De kantonrechter deelt deze overweging niet. Ryanair maakt ook buiten het Verenigd Koninkrijk gebruik van deze voorwaarden. Het is een feit van algemene bekendheid dat er consumenten zijn die niet beschikken over een eigen computer en/of niet eenvoudig online handelingen kunnen verrichten. Die beperking kan onder meer gelegen zijn in opleidingsniveau, geletterdheid of leeftijd. Niet voor niets bieden bijvoorbeeld banken nog steeds de mogelijkheid van ‘papier bankieren’ naast online bankieren. Dat betekent dat niet zonder meer kan worden vastgesteld dat de door Ryanair voorgeschreven wijze van claimen als “moeiteloos” moet worden aangemerkt en er geen sprake is van een beperking van de rechten van de consument. Het is niet aan Ryanair om te bepalen dat het recht van een consument om zich te laten vertegenwoordigen door een gemachtigde moet worden beperkt.
2.3.
Ryanair stelt in haar akte dat de passagier de compensatie via haar onlineformulier gemakkelijk kan vorderen zonder dat er aanzienlijke juridische kosten aan verbonden zijn, nu een derde voor het verrichten van zijn diensten een substantieel deel van de compensatie afroomt. Nog daargelaten dat zij dit kostenaspect niet heeft onderbouwd en ook niet is gebleken dat Ryanair daarin wordt benadeeld, heeft de bepaling kennelijk tot doel het uitschakelen van claimbureaus, doch dit mag nimmer ten koste van de rechten van een consument gaan. Daarbij komt dat niet duidelijk is waarom een passagier zich wel mag laten adviseren door een gemachtigde, maar deze gemachtigde vervolgens niet het formulier voor de passagier mag indienen. Wat daarbij het probleem voor Ryanair is, is onduidelijk gebleven.
2.4.
Het staat Ryanair wel vrij om aan haar passagiers aan te geven dat het gebruik van haar onlineformulier tot een snellere afwikkeling van de claim leidt, maar Ryanair mag daar niet de voorwaarde aan verbinden dat de claim niet in behandeling wordt genomen indien de passagier zich daarbij laat vertegenwoordigen door een gemachtigde. Het laten bijstaan door een gemachtigde is een recht dat de consument heeft. Ryanair heeft geen gerechtvaardigd belang om deze bijstand aan de consument te ontzeggen met daaraan ook nog eens gekoppeld de bepaling dat de claim niet zal worden behandeld (zie artikel 15.3.2. van die voorwaarden). Door op deze wijze het recht op bijstand aan de consument te ontzeggen, wordt het evenwicht ten nadele van de consument verstoord. Het is ook aannemelijk te achten dat Ryanair zelf bij de afhandeling van claims wel gebruik maakt van ter zake deskundigen. Door vervolgens in deze procedure aan te voeren dat de passagier, nu deze zich direct heeft laten bijstaan door een gemachtigde, geen aanspraak kan maken op proceskosten, is duidelijk dat Ryanair met deze bepaling louter de bedoeling heeft de rechten van de consument te beperken. Op grond van de bijlage bij de Richtlijn 93/13 punt 1, sub q van die bijlage (de zgn. blauwe lijst) worden bedingen, die tot doel of gevolg hebben het indienen van een beroep of het instellen van een rechtsvordering door de consument te beletten of te belemmeren, vermoed oneerlijk te zijn. Gelet op het hiervoor overwogene is de kantonrechter van oordeel dat artikel 15.2 van de algemene voorwaarden van Ryanair als een oneerlijk beding moet worden aangemerkt, zodat deze bepaling moet worden vernietigd en buiten toepassing dient te blijven.
2.5.
De proceskosten komen dan ook voor rekening van Ryanair omdat deze ongelijk krijgt.
2.6.
Op verzoek van de passagier zal een certificaat betreffende een beslissing in de Europese procedure voor geringe vorderingen aan deze beschikking worden gehecht.

3.De beslissing

De kantonrechter:
3.1.
veroordeelt Ryanair tot betaling aan de passagier van € 250,00, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag vanaf 18 september 2017 tot aan de dag van de algehele voldoening;
3.2.
veroordeelt Ryanair tot betaling van de proceskosten die aan de kant van de passagier tot en met vandaag worden begroot op € 81,00 aan griffierecht en € 36,00 aan salaris gemachtigde,
3.3.
wijst het meer of anders verzochte af.
Deze beschikking is gewezen door mr. L.M. de Vries, kantonrechter, en op bovengenoemde datum in het openbaar uitgesproken in aanwezigheid van de griffier.
De griffier De kantonrechter
Tegen deze beschikking staat geen hoger beroep open