ECLI:NL:RBNHO:2020:5125
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde woning correct vastgesteld ondanks geschil over vergelijkingsobjecten
Eiser betwistte de vastgestelde WOZ-waarde van zijn woning voor het jaar 2019, stellende dat de waarde te hoog was vastgesteld en dat de gebruikte vergelijkingsobjecten niet representatief waren. Tevens voerde eiser aan dat verweerder in strijd had gehandeld met de algemene beginselen van behoorlijk bestuur door onvoldoende motivering van de waardestijging.
De rechtbank oordeelde dat verweerder de waarde had bepaald op basis van een systematische vergelijking met verkoopcijfers van vergelijkbare woningen rond de waardepeildatum, waarbij verschillen in kenmerken waren gecorrigeerd. De gebruikte vergelijkingsobjecten waren voldoende vergelijkbaar en binnen een acceptabele periode rondom de waardepeildatum verkocht.
Verder werd geoordeeld dat verweerder niet in strijd had gehandeld met de beginselen van behoorlijk bestuur, aangezien de motivering in het uitspraak op bezwaar voldeed. Het beroep van eiser dat hij ten onrechte niet was gehoord in de bezwaarfase faalde omdat hij geen verzoek tot hoorzitting had ingediend.
De rechtbank concludeerde dat de vastgestelde WOZ-waarde niet te hoog was en dat verweerder aan zijn bewijslast had voldaan. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de vastgestelde WOZ-waarde van de woning wordt ongegrond verklaard.