ECLI:NL:RBNHO:2020:5302
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot herziening WIA-uitkeringsbesluit wegens onvoldoende nieuwe feiten en geen toegenomen arbeidsongeschiktheid
Eiser, die sinds 2012 ziekgemeld is na een auto-ongeluk, verzocht het UWV om terug te komen op het besluit uit 2014 waarbij hem geen WIA-uitkering werd toegekend. Dit verzoek werd afgewezen omdat er geen nieuwe of andere medische informatie was die tot een ander oordeel kon leiden. De rechtbank bevestigt dat de medische rapportages van verzekeringsartsen zorgvuldig en gemotiveerd zijn en dat er geen sprake is van een evidente toename van arbeidsongeschiktheid.
Eiser stelde dat zijn klachten waren toegenomen en vroeg om benoeming van een onafhankelijke deskundige vanwege vermeende onvoldoende kennis van whiplashproblematiek bij de verzekeringsartsen. De rechtbank oordeelt dat eiser voldoende gelegenheid heeft gehad om medische stukken in te dienen en dat zijn eigen beleving onvoldoende is om het oordeel van de artsen te weerleggen.
Het verzoek om herziening voor de toekomst is onvoldoende onderbouwd met nieuwe feiten of omstandigheden. De rechtbank concludeert dat het bestreden besluit terecht is genomen en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit om niet terug te komen op de eerdere afwijzing van de WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.