ECLI:NL:RBNHO:2020:5457
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde woning en vermindering aanslag OZB na beroep
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een woning gelegen aan een adres in Kennemerland Zuid, waarbij eiser bezwaar maakte tegen de vastgestelde waarde van €374.000 voor het kalenderjaar 2019. Eiser stelde een lagere waarde van €342.000 voor, onderbouwd met een taxatierapport. Verweerder handhaafde de waarde en verwees naar een eigen taxatierapport met een waarde van €390.000.
De rechtbank onderzocht de vergelijkingsobjecten die door beide partijen werden gebruikt en constateerde dat geen van beide partijen aannemelijk had gemaakt dat hun voorgestelde waarde correct was. Met name de correcties voor verschillen in onderhoud, kwaliteit en voorzieningenniveau tussen de woning en vergelijkingsobjecten werden door de rechtbank kritisch beoordeeld en deels verworpen.
De rechtbank stelde de WOZ-waarde in goede justitie vast op €360.000, wat lager is dan de oorspronkelijke vaststelling maar hoger dan de door eiser voorgestelde waarde. Tevens werd de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd. Verweerder werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiser, inclusief kosten voor rechtsbijstand en taxatie. De uitspraak werd gedaan door rechter B. van Walderveen op 20 juli 2020.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt vastgesteld op €360.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd.