ECLI:NL:RBNHO:2020:5458
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vaststelling WOZ-waarde vrijstaande woning te Edam-Volendam na beroep
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een vrijstaande woning te Edam-Volendam, met een waardepeildatum van 1 januari 2018 en een waardering naar de staat op 1 januari 2019. Verweerder had de waarde vastgesteld op €683.000, terwijl eiser een waarde van €570.000 bepleitte, onderbouwd met een koop-/aanneemsom en een indicatieve taxatie.
De rechtbank oordeelt dat de door eiser betaalde koop-/aanneemsom niet representatief is voor de marktwaarde volgens de Wet WOZ. Verweerder kon zijn hogere waarde niet aannemelijk maken, mede vanwege onvoldoende onderbouwing van afwerkingsniveau en de staat van vergelijkingsobjecten. Het perceeldeel bestaande uit een sloot werd terecht meegewogen tegen een gereduceerde waarde.
De rechtbank wijst het vergelijkingsobject met gehuurde grond af als referentie, maar acht de overige vergelijkingsobjecten geschikt. Gezien het ontbreken van overtuigend bewijs van beide partijen stelt de rechtbank de waarde in goede justitie vast op €630.000. Het beroep wordt gegrond verklaard, de eerdere beschikking en aanslag worden verminderd, en verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De WOZ-waarde wordt vastgesteld op €630.000 en de aanslag OZB dienovereenkomstig verminderd.