ECLI:NL:RBNHO:2020:5871
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verlaging WW-uitkering wegens prepensioen uit eerdere dienstbetrekking
Eiser ontving vanaf 1 juni 2018 een prepensioen en vanaf 1 januari 2019 een WW-uitkering. Verweerder heeft de WW-uitkering verlaagd omdat het prepensioen in mindering moet worden gebracht op de WW-uitkering, tenzij het prepensioen betrekking heeft op een eerder verlies van arbeidsuren in dezelfde dienstbetrekking.
Eiser betoogde dat zijn prepensioen deels is opgebouwd bij zijn laatste werkgever en dat hij al zijn pensioenaanspraken heeft samengebracht bij één uitvoerder. De rechtbank oordeelt dat het prepensioen voortkomt uit een eerdere dienstbetrekking dan waaruit het WW-recht is ontstaan en dat de uitzondering op de korting niet van toepassing is.
De rechtbank volgt de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep en verklaart het beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De ongunstige gevolgen voor eiser bieden geen grond om de regelgeving buiten toepassing te laten.
De uitspraak is gedaan door rechter P.H. Lauryssen op 3 augustus 2020, zonder openbare zitting vanwege coronamaatregelen.
Uitkomst: Het beroep tegen de verlaging van de WW-uitkering wegens prepensioen uit een eerdere dienstbetrekking is ongegrond verklaard.