ECLI:NL:CRVB:2017:2865
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herroeping besluit Uwv over korting pensioen op WW-uitkering wegens eerder arbeidsurenverlies
Betrokkene was voltijds in dienst en kreeg per 1 augustus 2015 een vermindering van 10% van zijn arbeidsuren, waarvoor hij een gelijk percentage van zijn keuzepensioen ontving. Vanaf 1 oktober 2015 eindigde zijn dienstbetrekking volledig en werd een WW-uitkering toegekend, waarbij het Uwv het keuzepensioen volledig in mindering bracht. Betrokkene maakte bezwaar tegen deze korting, waarop de rechtbank het Uwv veroordeelde het besluit te herzien.
Het Uwv stelde in hoger beroep dat de uitzondering in artikel 3:5 van Pro het Algemeen inkomensbesluit socialezekerheidswetten (AIB) restrictief moet worden toegepast en dat het gemiddeld aantal arbeidsuren (GAA) van de WW-uitkering niet beïnvloed mag zijn door het arbeidsurenverlies waarop het pensioen is gebaseerd. De Raad oordeelde echter dat het pensioen dat betrokkene voor het intreden van de werkloosheid ontving, betrekking had op een eerder verlies van arbeidsuren en dat daarmee aan de voorwaarde van artikel 3:5 lid 5 AIB Pro was voldaan.
De Raad verwierp de uitleg van het Uwv dat het GAA geheel los moet staan van het arbeidsurenverlies waarop het pensioen is gebaseerd. De eerdere jurisprudentie die het Uwv aanvoerde betrof andere situaties waarbij het pensioen uit een eerdere dienstbetrekking kwam. De Raad vernietigde het bestreden besluit voor zover het het pensioen geheel in mindering bracht op de WW-uitkering en veroordeelde het Uwv tot schadevergoeding van wettelijke rente over de ten onrechte niet betaalde uitkering en tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van het Uwv dat het keuzepensioen geheel in mindering bracht op de WW-uitkering wordt herroepen en het Uwv wordt veroordeeld tot schadevergoeding en proceskosten.