Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige douanekamer van 30 juni 2020 in de zaak tussen
[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres
Procesverloop
Overwegingen
“een besluit om(de rechtbank begrijpt “op”)
statelijk niveau”.
Rechtbank Noord-Holland
Eiseres, een bedrijf dat vacuümdrukwagens en speciale voertuigen ontwerpt en fabriceert, bracht een in Nederland gefabriceerd chassis onder de douaneregeling actieve veredeling (AV/S) voor montage van een tankinstallatie. Na montage werd het chassis met opbouw uitgevoerd naar Zwitserland, waarbij een EUR.1 certificaat werd overgelegd.
Verweerder stelde dat op grond van artikel 216 van Pro het Communautair douanewetboek (CDW) juncto artikel 15 van Pro Protocol 3 een douaneschuld is ontstaan omdat het chassis bij uitvoer zijn communautaire status verloor en de daarop verwerkte niet-communautaire goederen aan douanerechten zijn onderworpen. Eiseres voerde aan dat het chassis Europese oorsprong behield en dat de no-drawbackbepaling van de Regionale Conventie van toepassing was.
De rechtbank oordeelde dat Protocol 3, zoals dat gold tot 1 februari 2016, van toepassing is en dat eiseres niet heeft voldaan aan haar bewijslast om aan te tonen dat het chassis Europese oorsprong had. De brief van verweerder waarin werd bevestigd dat de AV/S-regeling was beëindigd, betekent niet dat geen douanerechten verschuldigd zijn. Er was geen sprake van een vergissing van de douane. Het beroep van eiseres werd daarom ongegrond verklaard.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat een douaneschuld is ontstaan op grond van artikel 216 CDW juncto artikel 15 Protocol 3.