Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de meervoudige douanekamer van 15 juli 2020 in de zaak tussen
[X] B.V., gevestigd te [Z] , eiseres
de inspecteur van de Belastingdienst/Douane, kantoor Breda, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
In geschil is of de utb terecht is uitgereikt. Meer specifiek is tussen partijen in geschil of de door eiseres ingevoerde goederen op grond van indelingsregel 2a als incomplete rijwielen in de GN moeten worden ingedeeld.
.Eiseres stelt dat de utb ten onrechte is uitgereikt. Zij voert daartoe aan dat verweerder ten onrechte de vier aangiften heeft samengevoegd en vervolgens heeft geconcludeerd dat eiseres incomplete rijwielen heeft ingevoerd. De vaststelling of door eiseres incomplete rijwielen voor het vrije verkeer zijn aangegeven moet per aangifte geschieden. Het is verboden om afzonderlijk ingediende aangiften voor het vrije verkeer samen te voegen.
(…)
Deze regel is eveneens van toepassing op een niet compleet of niet afgewerkt artikel, dat in gedemonteerde of in niet-gemonteerde staat wordt aangeboden, voor zover dit krachtens het eerste deel van regel 2 a als een compleet of als een afgewerkt artikel moet worden aangemerkt.
Voor de toepassing van deze regel moet als een artikel aangeboden in gemonteerde of niet-gemonteerde staat worden aangemerkt, het artikel waarvan de verschillende elementen zijn bestemd om te worden samengevoegd, hetzij door middelen als schroeven, bouten, moeren, enz., hetzij bijvoorbeeld door klinken of lassen onder de voorwaarde dat het enkel om montagebewerkingen gaat.
In dit opzicht hoeft geen rekening te worden gehouden met de complexiteit van de montagemethode. De verschillende elementen mogen evenwel niet worden onderworpen aan verdere bewerkingen voor de voltooiing van het eindproduct.
Niet gemonteerde elementen die aanwezig zijn in een groter aantal dan nodig is om een compleet artikel te vormen, worden afzonderlijk ingedeeld.
(…)”
niet-complete rijwielendie de essentiële kenmerken bezitten van complete rijwielen (algemene bepaling 2 a voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur).
fietsset’, waarvan de componenten (een frame, een voorvork en twee velgen) tegelijk worden aangeboden voor inklaring, maar afzonderlijk zijn verpakt, moet met toepassing van de algemene bepalingen 1 en 6 voor de toepassing van de gecombineerde nomenclatuur onder post 87.14 worden ingedeeld. De ‘set’ kan niet worden aangemerkt als een niet-complete fiets omdat de componenten niet het essentiële karakter hebben van een complete fiets. Zie Verordening (EU) nr. 104/2012 in aant. 3 op post 87.14.