ECLI:NL:HR:2004:AO3315
Hoge Raad
- Cassatie
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt uitspraak over samenvoegen van douaneaangiften voor kampeertenten
Belanghebbende, een douane-expediteur, werd bij aanslagbiljet van 2 juli 2000 uitgenodigd tot betaling van ƒ 139.214 aan douanerechten. Tegen deze aanslag maakte belanghebbende bezwaar, dat door de Inspecteur werd afgewezen. Vervolgens werd beroep ingesteld bij de Tariefcommissie, later overgenomen door het Hof Amsterdam, dat het beroep ongegrond verklaarde.
Het geschil betrof de vraag of afzonderlijk verpakte goederen, te weten tentdoeken en tentstokken die samen kampeertenten vormen, voor de toepassing van het Gemeenschappelijk Douanetarief (GDT) als één aangifte mochten worden beoordeeld. Het Hof oordeelde dat deze goederen als één aangifte moesten worden behandeld en indeelde in post 6306 van het GDT.
De Hoge Raad oordeelt dat het communautair douanerecht, waaronder het Communautair Douanewetboek en de relevante verordeningen, niet toestaat om aangiften van afzonderlijk verpakte en aangegeven goederen samen te voegen. Het arrest van het Hof van Justitie van 16 juni 1994 (Develop Dr. Eisbein) is niet van toepassing omdat daar alle onderdelen gezamenlijk werden aangeboden en aangegeven.
De Hoge Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt de uitspraak van het Hof en de Inspecteur, en de aanslag tot betaling van douanerechten. Tevens veroordeelt hij de Staat tot vergoeding van de proceskosten aan belanghebbende.
Uitkomst: Het beroep in cassatie wordt gegrond verklaard en de aanslag tot betaling van douanerechten vernietigd.