Uitspraak
Rechtbank noord-holland
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 21 augustus 2020 in de zaak tussen
[X] , wonende te [Z] , eiser
de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Amsterdam, verweerder.
Procesverloop
.
Overwegingen
€ 1.640 aan onderhoudsverplichtingen voor eisers kinderen en een aftrekbedrag van € 1.267 aan uitgaven voor specifieke zorgkosten). Bij deze aanslag is aan eiser ook de inkomensafhankelijke combinatiekorting (iack) van € 2.133 verleend.
(€ 7 minder) geen effect op de verschuldigde belastingrente van € 19.
(2 x € 500). Hiervan dient een bedrag van € 875 door verweerder vergoed te worden en een bedrag van € 125 door de Staat (Minister van Justitie en Veiligheid).
Beslissing
- verklaart het beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraak op bezwaar, behoudens de beslissing over de kosten van bezwaar;
- vernietigt – voor zover nodig – de navorderingsaanslag;
- veroordeelt verweerder tot vergoeding aan eiser van de immateriële schade, vastgesteld op een bedrag van € 875;
- veroordeelt de Staat (de Minister van Justitie en Veiligheid) tot vergoeding aan eiser van de immateriële schade, vastgesteld op een bedrag van € 125;
- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.050, en
- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 47 aan eiser te vergoeden.