ECLI:NL:RBNHO:2020:6966
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Boete wegens niet tijdige betaling motorrijtuigenbelasting terecht opgelegd
Eiseres was houder van een Mercedes-Benz met een kenteken en ontving een boetebeschikking van €52 voor het niet tijdig betalen van de motorrijtuigenbelasting over het tijdvak 26 november 2018 tot en met 25 februari 2019. Hoewel eiseres het grootste deel van de belasting vooruit had betaald, betaalde zij de verschuldigde belasting pas op 7 januari 2019, na de uiterste betaaldatum van 27 december 2018.
De rechtbank overwoog dat op grond van de Wet op de motorrijtuigenbelasting en de Algemene wet inzake rijksbelastingen de belasting tijdig moet worden betaald. Het Besluit Bestuurlijke Boeten Belastingdienst bepaalt dat bij niet tijdige betaling een boete kan worden opgelegd. Omdat eiseres binnen het voorgaande jaar al een keer te laat had betaald, was de boete van 1% van het wettelijk maximum passend.
Eiseres stelde dat zij geen verwijt treft, maar kon dit niet onderbouwen met feiten of omstandigheden. De rechtbank vond geen reden om de boete te vernietigen of te matigen en verklaarde het beroep ongegrond. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De boete van €52 wegens te late betaling van motorrijtuigenbelasting wordt bevestigd en het beroep ongegrond verklaard.