ECLI:NL:RBNHO:2020:7218
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ingangsdatum bijstandsuitkering en verwijtbaarheid van tijdsverloop
Eiser, een alleenstaande vader, meldde zich op 19 september 2018 bij de gemeente voor financiële hulp. Pas op 8 maart 2019 diende hij een formele aanvraag voor bijstand in. De gemeente stelde de ingangsdatum van de uitkering op 8 maart 2019 omdat eiser verwijtbaar te lang had gewacht met aanvragen.
Eiser betoogde dat de uitkering vanaf de meldingsdatum moest ingaan en dat het foutief versturen van het aanvraagformulier naar een oud adres voor rekening van de gemeente kwam. De rechtbank stelde vast dat de gemeente inderdaad onzorgvuldig had gehandeld door het formulier naar het verkeerde adres te sturen.
Desondanks vond de rechtbank dat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hem het tijdsverloop niet kon worden verweten. Van hem mocht worden verwacht dat hij binnen enkele weken contact zou opnemen over het niet ontvangen formulier, zeker gezien zijn situatie zonder inkomen en zorg voor zijn minderjarige dochter.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en bevestigde dat de uitkering terecht met ingang van 8 maart 2019 is toegekend. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De bijstandsuitkering gaat in vanaf 8 maart 2019 vanwege verwijtbaar tijdsverloop tussen melding en aanvraag.