ECLI:NL:CRVB:2018:1084
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens niet verschijnen en niet verstrekken gegevens
Appellant ontving bijstand op grond van de Participatiewet en stond ingeschreven op een adres te Rotterdam. Naar aanleiding van een anonieme melding over verblijf van anderen in zijn woning en zijn verblijf in Marokko, startte de gemeente een onderzoek. Appellant werd opgeroepen voor een gesprek en het overleggen van bankafschriften, maar verscheen niet.
Het college schortte de bijstand op en nodigde appellant uit voor een nieuw gesprek, met de waarschuwing dat bij niet verschijnen de bijstand zou worden ingetrokken. Appellant verscheen wederom niet en verstrekte de gevraagde gegevens niet. Het college trok de bijstand per 14 oktober 2015 in. Appellant diende pas ruim twee maanden later een aanvraag in voor bijstand.
De rechtbank verklaarde het bezwaar tegen het opschortingsbesluit niet-ontvankelijk wegens termijnoverschrijding en wees het beroep tegen de intrekking af. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel. Het college heeft aannemelijk gemaakt dat het opschortingsbesluit tijdig is bezorgd. Appellant kon de gevraagde gegevens redelijkerwijs binnen de gestelde termijn verstrekken en heeft geen geldige reden gegeven voor zijn niet verschijnen. De intrekking is daarom rechtsgeldig. Ook is de bijstand toegekend vanaf de datum van aanvraag, omdat deze niet spoedig na de melding is ingediend.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand per 14 oktober 2015 wordt bevestigd en de bijstand wordt toegekend vanaf 12 januari 2016.