ECLI:NL:RBNHO:2020:7477
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
WOZ-waarde woning vastgesteld zonder waardedrukkende invloed bouwplan
Eiser betwist de WOZ-waarde van zijn woning vastgesteld op €806.000 voor het kalenderjaar 2019 en stelt een lagere waarde van €703.000 voor op basis van een taxatierapport. Hij voert aan dat de waardering onvoldoende rekening houdt met verschillen met vergelijkingsobjecten en een waardedrukkend effect van de nabijheid van een bouwmarkt en toekomstige bouw van sociale huurwoningen en een buurthuis.
Verweerder onderbouwt de vastgestelde waarde met een waardematrix waarin vergelijkingsobjecten worden betrokken die qua ligging, grootte en onderhoudstoestand vergelijkbaar zijn. De rechtbank oordeelt dat de gehanteerde m³-prijzen en grondstaffels adequaat rekening houden met verschillen en dat de lagere prijs die eiser betaalde voor een klein stuk buurgrond niet representatief is voor de marktwaarde.
De rechtbank acht het niet aannemelijk dat de ligging nabij een bouwmarkt of de toekomstige bouwplannen een waardedrukkend effect hebben. Ook de verhouding met de waarde van het vorige tijdvak is niet relevant voor de beoordeling. De klacht over het ontbreken van een hoorgesprek in de bezwaarfase faalt omdat eiser dit niet expliciet heeft verzocht.
Gelet op deze overwegingen wordt het beroep ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de WOZ-waarde wordt ongegrond verklaard en de waarde van €806.000 bevestigd.