ECLI:NL:RBNHO:2020:7870
Rechtbank Noord-Holland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Waardedrukkende invloed invalidenparkeerplaats op WOZ-waarde woning
De zaak betreft een geschil over de WOZ-waarde van een vrijstaande woning uit 1977, gelegen aan een adres in Zaanstad, met een inhoud van circa 480 m³ en een perceeloppervlakte van 285 m². De heffingsambtenaar van de gemeente stelde de waarde voor 2019 vast op €379.000, welke door eiser werd betwist vanwege een waardedrukkende invloed van een invalidenparkeerplaats tegenover de garage. Eiser stelde dat hierdoor het parkeren en uitrijden van de garage niet meer mogelijk is wanneer een auto op de invalidenparkeerplaats staat, en vorderde een waardevermindering van €17.000 tot €20.000.
Verweerder onderbouwde de vastgestelde waarde met een taxatierapport van €408.000, gebaseerd op vergelijkingsobjecten. De rechtbank verwierp één van de vergelijkingsobjecten vanwege onvoldoende vergelijkbaarheid en achtte de andere twee voldoende vergelijkbaar. De rechtbank stelde vast dat de garage door de invalidenparkeerplaats niet op gebruikelijke wijze toegankelijk is, wat een waardedrukkende invloed heeft die groter is dan het verschil tussen de taxatiewaarde van €384.000 en de vastgestelde waarde van €379.000.
Eiser kon de voorgestelde waardevermindering van €17.000 tot €20.000 niet aannemelijk maken, mede omdat de onderbouwing ontbrak en de waardevermindering deels betrekking leek te hebben op esthetische aspecten die niet waren toegelicht. De rechtbank stelde de waarde daarom vast op €374.000, €10.000 lager dan de taxatiewaarde van verweerder, en verlaagde de aanslag onroerendezaakbelasting dienovereenkomstig. Een proceskostenveroordeling werd niet toegewezen.
Uitkomst: De WOZ-waarde van de woning wordt verlaagd naar €374.000 vanwege de waardedrukkende invloed van de invalidenparkeerplaats.