Uitspraak
RECHTBANK NOORD-HOLLAND
1.Het procesverloop
2.De feiten
‘Ik benoem mijn broer, de heer [verzoeker sub 1] , (…) geboren te [plaats] op [geboortedatum] (…) tot mijn enig en algeheel erfgenaam, doch uitsluitend indien wij te mijnen sterfdage nog een gemeenschappelijke huishouding voeren danwel de intentie hebben een gemeenschappelijke huishouding te gaan voeren.’